woensdag 22 juli 2026

Notitie #499

De dichter en de duivel is een kamikaze-bundel, of ten minste is het de handgranaat die Lieke Marsman gooide op het moment dat ze zelf ten onder ging. Een met humor gegooide handgranaat, dat wel, maar daarmee niet minder dodelijk. Vooral wanneer ze aan het slot de interview-vraag die zij zelf, als terminaal zieke, steeds voorgeschoteld kreeg, omdraait, is de humor gitzwart:

Wilt u misschien een lezing// komen geven over hoe het is om in een ongeneeslijk zieke wereld te leven op onze middag over mensen die leven in een ongeneeslijk zieke wereld?

Het heeft iets sardonisch: ik ga dood, zegt ze, maar jullie ook. Niet uit leedvermaak of iets dergelijks, maar als een confronterend helder geformuleerde constatering. De bijtende humor die ik er ook in lees, is bedoeld om de woorden zo hard mogelijk binnen te laten komen. Het is verleidelijk om in ieder geval dat aspect als een soort hoop te zien, maar daarmee doe ik deze ijzingwekkende regels geen recht. Er is helemaal geen hoop. Als er al sprake is van hoop in deze bundel, is het de hoop van de terminaal zieke. 

zaterdag 20 juni 2026

Notitie #498

Een van de vele interessante noties die Bernke Klein Zandvoort in Oogsprong over het zien formuleert, is die over de blik als machtsmiddel. Ze haalt bell hooks aan. De starende blik van het kind wordt als brutaal ervaren, de wegkijkende blik als het kind een standje krijgt eveneens: 'Kijk me aan als ik tegen je praat'. Daarom werd tijdens de slavernij de tot slaaf gemaakte verboden zijn overheerser aan te kijken, iets wat het verlangen te zien aanwakkerde. 

Klein Zandvoort besluit de paragraaf met de memorabele oneliner 'Aankijken is bestaan'. In deze formulering klinkt volgens mij de betekenis 'zien is bestaan' mee. Maar meer nog: zichtbaar kijken; bestaan in andermans perceptie; bestaan is erkend worden.

vrijdag 17 april 2026

Notitie #497

Hoe Nicolaas Matsier in Gesloten huis zijn ouders beschrijft, en hoe hij zich tot hen verhoudt, via hun spullen. En via die spullen heel trefzeker weet te beschrijven hoe het voelt om na hun dood het huis leeg te halen: daaruit spreekt verbinding, maar ook vervreemding. Ook als het spullen uit zijn eigen jeugd betreft, voelt de zoon zich een indringer in het leven van zijn ouders. Er spreekt een wederzijdse eenzaamheid uit.

woensdag 25 februari 2026

Notitie #496

Op zichzelf is Bas Heijnes insteek in Voor de democratie juist: de grafrede van Perikles, waar hij zijn betoog op baseert, is inderdaad ook vandaag nog relevant. Het belang van het individu wordt alleen gediend via het belang van het collectief. De analyse dat dit inzicht in het huidig tijdsgewricht uit oog is verloren is een open deur; het besef dat men precies weet waar men op stemt als men op fascisten als Trump en Wilders stemt dringt ook steeds meer door. Het praktisch effect van de publicatie is dan ook dat we (ik bedoel: de intellectuele elite waar Heijne zich op richt) wat beter begrijpt waarom de democratie het onderspit delft. Heijnes conclusie ('democratie is het waard om voor te vechten') betekent in de praktijk minder dan een druppel op een gloeiende plaat, omdat de lezers die hij met dit boek bereikt niet van dat punt hoeven te worden overtuigd. Maar het draagt er (zij het slechts heel beperkt) toe bij dat dit inzicht breder wordt gedragen en met name daar is behoefte aan. 

vrijdag 13 februari 2026

Notitie #495

Het had geen plaats in de recensie, maar de gerichtheid op het 'ik' viel me in Zeebeving van Roberta Petzoldt sterk op. Als de 'ik' zwangere koeien ziet, wordt dat betrokken op de eigen kinderloosheid. De rouwgedichten handelen niet over de overleden vader, maar over de ankerloosheid van het eigen bestaan. Dat is in zekere zin onvermijdelijk, en ik wil ook niets afdoen aan de waardering voor de bundel die ik in de recensie uitdruk, maar het gemak waarmee het 'ik' centraal wordt gesteld is wel opvallend. Is het een generatie-dingetje? Of is het iets wat alle dichters doen, en is het bij Petzoldt alleen versterkt aanwezig?

donderdag 12 februari 2026

Notitie #494

Bij het bekijken van de heruitgave van Beatles Anthology valt op hoe de overgebleven bandleden hun eigen verhaal ontdoen van de magie: hun nuchtere verteltoon over vier jongens die tot hun eigen verbazing enorm populair werden is wel fijn - zeker nu de mythe (meer dan 50 jaar later) de overhand neemt. 

Maar met name de breuk tussen het laatste album uit hun tijd als optredende artiesten (Revolver) en hun eerste single als studioband ('Penny Lane/ Strawberry Fields Forever') is zo groot dat er wel een vleugje magie bij komt kijken. Die breuk behelst méér dan het besluit het gitaargeluid niet meer te laten leiden, zelfs meer dan het gegeven dat de band meer tijd had om de liedjes en het geluid ervan meer te ontwikkelen. Het is de benadering van popmuziek, die ook een benadering van de werkelijkheid is. Die verandering, die met 'nothing is real' ook expliciet werd gemaakt, was niets minder dan een revolutie.

zondag 8 februari 2026

Notitie #493

Er zit een agitatie in de gebeeldhouwde dieren van Theresia van der Pant (Beelden aan Zee). Ze lijken een verdedigende pose aan te nemen, alsof ze worden aangevallen, al is dat (zeker in het geval van de pinguïns) ook hun natuurlijke pose. De giraffe, bijvoorbeeld, heeft alleen zijn oren naar achteren. De beelden drukken een ongemak uit, misschien eenvoudigweg het ongemak van het bestaan in het algemeen.

maandag 26 januari 2026

Notitie #490-492

490) Daniël van Egmond betoogt in De mens en zijn engel dat er vier 'bewustzijnsdimensies' zijn, het mentale en rationele enerzijds, het mythische en magische anderzijds. Voor een volledige ervaring van de werkelijkheid moet je al die dimensies benutten (de ellende is, aldus Van Egmond, dat we in onze huidige cultuur het mythisch/magische bewustzijnsniveau verwaarlozen). In het mythisch/magische bewustzijn is er geen tijd; alleen 'nu'.

491) Interessant is ook Van Egmonds notie dat al vanaf de Egyptenaren alle scheppingsverhalen uitgaan van een ordening in de (oer)chaos, die een scheuring betekent: een geboorte, die met strijd en pijn gepaard gaat. Deze schepping, letterlijk de manier waarop de wereld tevoorschijn komt, vindt in het mythisch/magische bewustzijn plaats: dagelijks.

492) De farao's werden via een pijnlijk proces (ritueel) vergoddelijkt en moesten jaarlijks 'sterven' en 'opnieuw worden geboren'; zoals dat ook o.a. bij de westerse mystici gebeurde: ik [ben] niet langer meer het middelpunt van mijn microkosmos. Want God wordt in mij geboren,en dus zal God dit middelpunt gaan bezetten. (p.49)

donderdag 22 januari 2026

Notitie #488-489

 488) Het pamflet Verzet! Pleidooi voor het communisme van Gustaaf Peek is feitelijk opgebouwd uit open deuren. Precies daarom is het merkwaardig dat we niet allang in een communistische, of in ieder geval socialistische maatschappij leven. Iedereen weet dat het resultaat van arbeid niet primair bij de werkenden terechtkomt; dat het kapitalistische systeem appelleert aan het eigenbelang: we verkopen onze tijd van leven in ruil voor een bestaan (in het beste geval met enige luxe, maar in ieder geval genoeg om van te eten); dat het kapitalisme geen moraal heeft en de mens en haar omgeving uitput; dat het zich wil onttrekken aan begrenzing, etc.: Buiteneconomische factoren als overheidsregulering en liefdadigheid moeten de ergste effecten van het systeem ondervangen, en onderschrijven daarmee het daderschap van het kapitaal.

We weten het, toch dragen we er actief aan bij, a) omdat dit nu eenmaal het systeem is volgens welke de maatschappij is ingedeeld, b) omdat we bang zijn erbuiten te vallen, c) omdat we getraind zijn om in het systeem te geloven (bijvoorbeeld omdat het de beste kans zou bieden op persoonlijke ontwikkeling en luxe en welvaart) en d) omdat er geen alternatief lijkt te zijn: als we het systeem omverwerpen, volgens welk systeem gaan we de maatschappij dan indelen?

489) Johan Sonnenschein betoogde (afgelopen weekend tijdens het RSP Poëziefestival) dat de nederlaag van de (communistische) revolutie, die Herman Gorter meerdere malen ervoer en beschreef, noodzakelijk was. J. zei in gesprek hierover dat dit is omdat het eigenbelang van de mens steeds zal prevaleren. Hij gelooft eerder in een 'permanente revolutie', die dichterbij de rechtvaardigere verdeling van voedsel, grondstoffen en welvaart zal komen, maar die dat nooit zal bereiken. Daar heeft hij gelijk in, denk ik: die revolutie moet dan niet zozeer voor iets ingezet worden, maar tegen iets, namelijk het huidige, kapitalistische systeem. Een dergelijke ontwikkeling zal alleen tot stand komen nadat het huidige systeem is ingestort (een ineenstorting waar we nu het begin van zien). Dat zal te laat zijn om de ernstigste gevolgen te voorkomen; we kunnen alleen proberen nu al die ontwikkeling tot stand te brengen.

zaterdag 10 januari 2026

Notitie #487

De moord op Renée Nicole Good markeert een huiveringwekkend moment in de geschiedenis. Alles wijst erop dat (in de westerse wereld) het democratische tijdperk ten einde is. De leugenachtige (nee: schofterige) reactie van de Amerikaanse regering past duidelijk in een vooraf vastgestelde strategie; de moord zelf trouwens ook. In een van de vele rake analyses van de filmpjes van de schietpartij wijst iemand erop dat de schutter, de ICE-agent die Good vermoordde, de telefoon waarmee hij de situatie filmde (zichtbaar in zijn eigen filmpje) in zijn andere hand (namelijk: zijn linker) vast ging houden nadat Becca Good (Renée's vrouw) vrouw hem kleineerde ("Go get yourself some lunch, big boy'). Zo had hij zijn rechterhand vrij voor het pistool. Vanzelfsprekend hield Becca Good er geen rekening mee dat haar opmerking de gewelddadige dood van haar vrouw in zou leiden: ze dacht het volste recht te hebben te zeggen wat ze zei. En dat had ze ook horen te hebben, maar de Verenigde Staten is geen democratie meer.

Tot nu toe zijn de Instagram-commentatoren die ik volg, en de late night presentatoren, vooral goed in het onder woorden brengen hoe de democratie ten onder gaat. In praktische zin helpt het niet. Het verzet groeit wel, maar men wil de regering-Trump op een vreedzame en democratische manier bestrijden. Ik hoop dat dat kan, maar ik vraag het me af.

vrijdag 12 december 2025

Notitie #486

Waarom de documentaireserie over Pim Fortuyn Fortuyn: On-Hollands heet, is bij aflevering zes, waar ik nu ben, nog niet duidelijk. Het zal met zijn flamboyante persoonlijkheid te maken hebben. 

De serie heeft prachtige beelden, uit een duidelijk verleden tijd, maar doet (tot nu) weinig méér dan het bekende beeld bevestigen: autochtone Nederlanders voelden zich vervreemd in hun eigen wijk, allochtone Nederlanders deden hun best te integreren maar werden niet getolereerd, de machthebbers waren van het volk vervreemd en Pim Fortuyn - ja, die sprong in dat gat. Met, juist over allochtonen en de islam, veel tegenstrijdige beweringen. 

On-Hollands, wellicht, in zijn stelligheid. On-Hollands in zijn tegenstrijdigheid. De ironie wil dat hij juist daarmee aan de wieg stond van het (inmiddels) heel Hollandse zeuren over 'de islam', het is soms moeilijk te geloven dat Fortuyn toen een (relatief, we hadden Janmaat al gehad) nieuw geluid liet horen, dat zijn opkomst een bepaalde frisheid vertegenwoordigde. Het verzet daartegen, dat hem uiteindelijk fataal is geworden, is dan wellicht weer 'Hollands'.

maandag 17 november 2025

Notitie #484-485


484) De muzikaliteit van Couperus' taal in Psyche ondersteunt het in hoge mate abstracte verhaal: de Rijken van Verleden, Heden en Toekomst worden bevolkt door goden en mythische wezens. De zinnen zijn op klank geschreven en dat is wat het ijle verhaal vormgeeft.

485) Wat maakt dat die twee noten in het beroemde aanvalsmuziekje van Jaws zo eng zijn? Het geluid appelleert aan een primaire angst, dat is duidelijk, omdat bij iedereen de haren overeind gaan staan - maar welke?

dinsdag 28 oktober 2025

Notitie #483

 ‘Dan hebben ze misschien iets meer honger in Afrika, maar wij hier niet!’ Een opmerking zo grotesk, grof en (bewust) dom, dat hij Wilders zou moeten diskwalificeren om welk publiek belang dan ook te dienen. Alsof het probleem van de landen waar ontwikkelingshulp naartoe gaat is dat men moeite heeft om elke maand rond te komen. Alsof hier hongersnood heerst omdat de BTW op boodschappen 9% is.

De opmerking ligt in het verlengde van de vraag waarom wij andermans problemen moeten oplossen (terwijl we zelf al moeite hebben om rond te komen). Nou, ten eerste omdat wij (het westen) de welvaart die we zo angstvallig beschermen hebben opgebouwd door de landen die nu ‘ontwikkelingslanden’ worden genoemd eeuwenlang systematisch leeg te roven. Eigenlijk zouden we die landen herstelbetalingen moeten betalen: met ‘ontwikkelingshulp’ komen we er héél gunstig van af.

Ten tweede is die ontwikkelingshulp met name bedoeld om ervoor te zorgen dat de bedoelde landen zich, het woord zegt het al, ontwikkelen. Ontwikkelingshulp gaat niet naar BTW-verlagingen voor Afrikaanse landen, maar naar zaken als onderwijs, schoon drinkwater, etc. Waarom zouden PVV-stemmers daar voorstander van moeten zijn? Omdat dat ervoor zorgt dat mensen kunnen bestaan op de plek waar ze wonen. Je kunt niet neerkijken op ‘gelukszoekers’, zeggen dat die ‘terug naar hun eigen land moeten’, en er tegelijk actief voor zorgen dat dat onmogelijk is.

vrijdag 17 oktober 2025

Notitie #482

Voor wie de oorlog niet heeft meegemaakt, is het lastig er geloofwaardig over te schrijven. Ik vind althans het ik-perspectief in Het meisje met het rode haar van Theun de Vries problematisch. Maar de alwetende verteller in Roxane van Iperens 't Hooge Nest net zo goed. Het meest zuiver is een schrijver als Anne Frank, die haar oorlogservaringen direct opschreef. Voor auteurs die er niet bij waren rest een aanpak als die van Laurent Binet in HhhH: hij schrijft vanuit zichzelf in het heden over de gebeurtenissen tijdens de oorlog en laat zien hoe hij die gebeurtenissen reconstrueert. 

Ik snap dat Van Iperen die laatste keuze niet heeft gemaakt: ze zou dan zelf het verhaal in de weg zitten. Het probleem is denk ik vooral dat de geschreven oorlogservaringen eerder ervaringen moeten zijn dan verhalen. Het gaat als altijd om de vraag in hoeverre je de schrijver gelooft. Die vraag krijgt meer gewicht naarmate de beschreven ervaringen meer urgentie hebben.

donderdag 9 oktober 2025

Notitie #481

De ouders van Felix Kajuit, in De goddelijke comedyclub van Christiaan Weijts, hebben iets aandoenlijks. Hun tekortkomingen worden met een zekere humor besproken. Daarom lijkt de actie van Kajuit, waar hij een breuk mee forceert, niet helemaal logisch. De actie is op zich relatief onschuldig (Kajuit vernielt een hobby-bouwwerkje waar zijn vader aan werkt), maar in de relatie tussen vader en zoon is het dat allerminst. Is dat gerechtvaardigd?

Humor is de manier waarop Kajuit streeds is omgegaan met de verwaarlozing door zijn ouders. Precies die humor staat hem in de beschrijving van die verwaarlozing in de weg: de humor relativeert de ernst van het beschrevene. Zijn ouders zijn arme sukkelaars, onbeholpen oenen. Weijts laat dat goed zien, en dat is ook waarom het (in ieder geval voor mij) lastig is om ze hun gedrag kwalijk te nemen (en om in te stemmen met Kajuits actie).

Zijn ouders kunnen niet anders: ze zijn wie ze zijn. Dat maakt Kajuits actie machteloos, het is een hulpeloze frustratie. Juist daarin ligt de kracht van de scène. Weijts’ stijl heeft de lichtheid die in het beschrevene ontbreekt. Verzwakt die stijl de ernst? Dat dacht ik in eerste instantie, maar inmiddels denk ik van niet. Weijts beschrijft de scène niet humoristisch, dus wellicht is de ironische stijl vooral mijn eigen perceptie. En je zou met net zo veel recht kunnen zeggen dat die lichtheid, die ironie (die in lijn is met de humor als mechanisme om met de werkelijkheid om te gaan), de ernst juist verdiept.

(En: is het wel zo, dat je de ouders hun gedrag niet kwalijk kan nemen? Is ouders verwijtbaar gedrag, zoals egoïsme en het gebrek aan oprechte aandacht voor hun kinderen, niet kwalijk te nemen (vanwege hun karakter, achtergrond, psychische problematiek e.d.)? Als dat zo is, is voor deze mensen het krijgen van kinderen in zichzelf verwijtbaar: want daar horen nu eenmaal verantwoordelijkheden bij.)

woensdag 17 september 2025

Notitie #480

Het is sterk uitvergroot, maar ik herken de vader die Franz Kafka aanspreekt in zijn Brief an den Vater. Zijn vader Hermann kon zijn kinderen enkel opvoeden door ze te vermorzelen (te kleineren en ze een schuldgevoel aan te praten); zijn eigen waarheid, en zijn eigen mening, was de enige juiste. Zijn gevoelige zoon Franz ontwikkelde een angst voor zijn vader, die zich uitte in een terugtrekkende beweging en stilte: Franz verleerde het spreken letterlijk. Hij vond veiligheid bij zijn moeder, maar die was beperkt: door de liefde voor haar man lag uiteindelijk haar loyaliteit bij hem.

Misschien is het een universeel principe. Ik heb hierboven in ieder geval óók mijn eigen relatie tot mijn ouders getypeerd. Al was het bij Kafka zoals gezegd wel veel sterker. Ik zou Hermann tyranniek noemen; mijn eigen vader niet. Franz had ook de intellectuele kracht om zich (als dertiger dan toch) onder zijn ouders' invloed uit te worstelen. Zelf ben ik daar nooit aan toegekomen, omdat a) mijn vader minder aanwezig was tijdens mijn jeugd (en zijn invloed dus minder dwingend was) en b) ik op jonge leeftijd dacht het probleem te hebben opgelost door het huis te verlaten. Nu pas realiseer ik me dat ik elke stap in zijn geest heb gezet. 

dinsdag 9 september 2025

Notitie #479

Bij het gedicht 'Een inwoner van Gaza roept de elementen aan' (Verzachtende omstandigheden van Lotte Dodion) moest ik denken aan een opmerking die ik laatst las, dat het de taak is van de schrijver zich in anderen te verplaatsen en stem te geven aan wie geen stem heeft. Daar ben ik het helemaal mee eens, Maar er kleven risico's aan. Hoe kun je een 'inwoner van Gaza' (waarom niet gewoon 'Palestijn'?) geloofwaardig laten spreken, wanneer zijn/haar ervaringen zo onvoorstelbaar gruwelijk zijn? Om dan deze persoon de elementen aan te laten roepen en die namens de spreker te vergeven, vind ik te ver gaan:

Lucht,

Ik vergeef je voor het dragen van de bommen.

Dit lijkt me nu typisch een regel die een dichter in het veilige Nederland (of in het geval van Dodion: Belgïe) kan bedenken. Het vuur wordt de 'vlammenzee' vergeven, het 'water' de afwezigheid', de aarde dat ze uitgeput raakt. Zij kunnen er ook niets aan doen. 

Ik twijfel niet aan de goede intenties van de dichter en ik vind het meer dan welkom dat een westerse dichter zich uitspreekt voor en namens de Palestijnen. Maar dit is niet wat je zegt als je huis, je land, je geliefden op de meest grove wijze worden platgebombardeerd en/of neergemaaid.

Ik denk niet dat Dodion deze regels lichtzinnig heeft geschreven; de laatste strofen, waarin ze de ether vraagt vol te houden, is beduidend minder tenenkrommend omdat ze daar hoop in uitdrukt; maar wel denk ik dat ze zich aan het onderwerp heeft vergaloppeerd. Ze had de hoopvolle boodschap bij zichzelf moeten houden en niet in de mond van het slachtoffer moeten leggen. Dat is aanmatigend.

zaterdag 30 augustus 2025

Notitites #476-478

476) Opvallend dat in het Interbellum verschillende romans verschenen waarin het koloniale verleden van Nederland kritisch onder de loep werd genomen. Du Perrons Het Land van Herkomst is natuurlijk een opvallende. Anton de Koms Wij slaven van Suriname is bijzonder indringend: inderdaad, zoals er altijd over wordt gezegd, omdat het de eerste roman is vanuit het perspectief van de onderdrukte. Maar toch ook vanwege de gedetailleerde beschrijvingen van de gruwelen en de scherpzinnige analyse van de politieke en economische ontwikkelingen die daar aan ten grondslag lagen.

De Kom beschrijft kortom 'het kwaad', maar laat ook zien waarom het plaatsvindt. En dat 'waarom' is heel banaal: het recht van de sterkste, gecombineerd met een focus op economisch gewin, allebei tot het uiterste doorgevoerd. Nederland speelt een heel twijfelachtige rol in die geschiedenis, maar het is de geschiedenis van de hele westerse wereld. Het 'kwaad' (de gruwelen) en het 'waarom' (de economische en politieke dominantie van het westen) zijn twee kanten van dezelfde medaille, Daarom is de huidige tijd zo gevaarlijk.

477) Ik dacht altijd dat de Tweede Wereldoorlog een onderbreking was van de ontwikkeling van de romans van Du Perron en De Kom een expoaent van waren, de zelfreflectie van het westen en de kritische houding t.o.v. het koloniale verleden (dat toen nog geen verleden was). Dat is wel zo, maar meer nog is de Tweede Wereldoorlog de uiterste consequentie van wat er in (o.a.) die romans wordt beschreven.

478) Het slavernijtijdperk was een fase in de ontwikkeling van de kapitalistische maatschappij; dat betekent dat de in de roman beschreven praktijken niet weg zijn, ze liggen alleen onder het oppervlak begraven. Daarom is het optimisme dat de naoorlogse decennia kenmerkte vals: de maatschappij, het systeem, was immers niet veranderd.

maandag 25 augustus 2025

Notitie #475

De stilte tussen de twee dertigers (de Spanjaard Luis en de Nederlandse Chris) is oorverdovend. Dat maakt het dramatisch hoogtepunt vreemd. Ze maken samen een lange wandeltocht door de ruige, Schotse natuur en dat is voor hun allebei een eenzame, confronterende ervaring. Maar, ook al omdat we niets van het leven en verleden van de vrienden weten, is het lastig met ze mee te leven en blijft het ook onduidelijk waar die confrontatie precies uit bestaat. 

De vriendschap tussen Chris en Luis is een typische mannen-vriendschap: tegelijk heel oppervlakkig en diep. De twee vrienden blijven ook een beetje schematisch: de man met de carrière en de dromer. Toch is, juist door die onuitgesprokenheid, het onderlinge begrip heel mooi. Omdat, denk ik, de vriendschap zich juist in het zwijgen afspeelt.

vrijdag 15 augustus 2025

Notitie #474


Wat maakt Van Goghs 'Landschap met korenschelven en opkomende maan' zo magisch (een magie, overigens, die niet wordt overgebracht door de plaatjes die ik online vind)?.Die opkomende maan, natuurlijk, omdat die letterlijk buitenaards is. Maar het is niet zozeer het 'buitenaardse', anders zou iedere afbeelding met de zon of maan dat effect hebben. 

Volgens de website van het Kröller-Muller is het schilderij geïnspireerd op het werk van Whitman en Carlyle, waarin de nacht wordt beschreven als de 'manfestatie van eeuwigheid'. De nacht, niet de maan: dat is een interessante gedachte. De nacht is eeuwig, de maan juist hetgeen dat die eeuwigheid breekt. De maan benadrukt de kwetsbaarheid van het landschap.