Posts tonen met het label tracey emin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tracey emin. Alle posts tonen

dinsdag 16 april 2019

Notities #346-348

346) Gesprek over de beroemde opmerking van Tracey Emin over haar The Bed, 'It's art because I say it is'. Ze stelt daarin dus nadrukkelijk dat niet de beschouwer bepaalt wat kunst is, maar de kunstenaar. De opmerking stelt de vraag '(Waarom) is dit kunst' buiten werking door te zeggen dat alles (in de juiste context) kunst kan zijn. Haar The Bed, het beeldende equivalent van een ready made, illustreert dat.

347) Het gesprek over Emin vond plaats in de context van de uitlatingen van Thierry Baudet over hedendaagse kunst, die overeenkomen met de opmerkingen van Roger Scruton, die ik eerder op dit blog besprak. De conservatieve (nee: reactionaire) afwijzing van moderne kunst, zoals Baudet meerdere malen heeft geformuleerd, gaat ervan uit dat is te definiëren wat kunst is, en stelt vervolgens dat die ene definitie waar zij het mee eens zijn de waarachtige is. Alsof kunst iets is dat geen relatie heeft met de maatschappij en alsof de maatschappij iets is dat niet aan ontwikkeling onderhevig is.

348) Opvallend trouwens, hoe de Beatles vaak door conservatieven (als Baudet) worden omarmd. Een kus des doods van mensen die het oeuvre niet kennen en afgaan op de bekende nummers. Al vermoed ik ook dat de gespletenheid van een figuur als McCartney daar debet aan is: hij was, zeker als Beatle, een vernieuwer die tegelijk heel traditioneel was - wat een verklaring kan zijn waarom de Beatles nog steeds zo geliefd zijn.

woensdag 8 juni 2016

Notities #229-231

229) In het relaas van Reves bekering (Moeder en Zoon) mis ik de theologische onderbouwing, in dat van Christian Wiman (Mijn heldere afgrond) de erotiek. De vraag is of deze twee wel zijn te verenigen. Tijdens een gesprek met J. laatst werd me duidelijk dat hij en ik op tegengestelde manier tot de kennis van God, of het goddelijke, proberen te komen.  

Mij gaat het om wat Nietzsche het Dionysisch bewustzijn noemde, ik denk dat J. meer Apollinisch is. Je kunt je afvragen of het streven naar de extatische, Dionysische ervaring niet eenvoudigweg het streven naar genot is, en de mystiek de schaamlap die dat streven een diepere betekenis moet geven.

230) In zijn documentaire over schoonheid (zie notitie #228) maakt Roger Scruton in navolging van Plato een onderscheid tussen liefde en lust: liefde is gevend, lust is nemend. Ter illustratie werd een close up van Botticelli’s Geboorte van Venus getoond, volgens mij juist een schilderij dat uitdrukt dat de schoonheid zowel liefde als lust oproept. Scrutons formule lijkt me wat te simpel: liefde is ook nemend, lust is ook gevend.

231) In dezelfde documentaire wordt een interviewfragment met Tracey Emin getoond, waarin ze over haar The Bed zegt dat het kunst is ‘because I say it is’. In de context van de documentaire is dat een beetje flauw provocatief, zelfs arrogant en dom. Maar doe ik niet hetzelfde?

In het gesprek met J. werd me ook duidelijk dat ik de begrippen ‘god’ en ‘goddelijk’ nogal eens door elkaar haal. Maar of de vrouwfiguur in mijn werk nu ‘god’ of ‘goddelijk’ is: hoe dan ook ben ik de enige die haar die kwaliteiten toedicht. De hele (mystieke) literatuur wemelt van dit soort ‘goddelijke’ figuren, ficties die een hogere waarheid vertegenwoordigen. Zij is goddelijk ‘because I say She is’. Ze is dat voor mij, omdat ik in haar geloof. Het is aan de lezer om daar al dan niet in mee te gaan. Zo is ook Tracey Emins bed kunst of geen kunst.

vrijdag 3 juni 2016

Notitie #228

Bijna een uur heeft Roger Scruton in de BBC-documentaire ‘Why Beauty Matters’ nodig om de open deur in te trappen dat ‘schoonheid’ een levensbehoefte van de mens is. De hedendaagse kunst wordt daarbij nogal misprijzend besproken: sinds Duchamps urinoir heeft de kunst zich volgens Scruton van 'schoonheid' (in de definitie van Plato) afgekeerd, onder invloed van een maatschappij die zich is gaan richten op ‘nut’, wat een in hoge mate narcistische, ‘oncreatieve’ kunst oplevert (en een fantasieloze architectuur).

Het is een betoog dat op zichzelf niet onjuist is. Wat me in de documentaire stoort, is Scrutons eenzijdigheid, en zijn verongelijkte toon. Hij presenteert zich als iemand die het tegen de gevestigde orde opneemt, terwijl hij weinig anders doet dan een algemeen onbegrip van moderne kunst bevestigen. Hij veegt vervolgens alle moderne kunst in dezelfde vuilniszak – en miskent daarmee de waarde die veel van deze kunst (óók op het gebied van schoonheid) heeft.

Duchamps urinoir, bijvoorbeeld, was een noodzakelijke ontwikkeling in de kunstgeschiedenis. Het werk stelt belangrijke vragen aan de kunst, en de (maatschappelijke) werkelijkheid, van dat moment. Damien Hirst en Tracey Emin worden weggezet als exponenten van het narcisme in de hedendaagse kunst. Dat is natuurlijk niet onterecht. Maar Scruton lijkt soms een liefhebber van klassieke muziek die bij het concert van een punkband terecht is gekomen. Hij ziet niet dat wat hij ‘schoonheid’ noemt in sommige van deze kunst een andere gedaante heeft aangenomen; of dat (in andere werken) de afwezigheid van ‘schoonheid’ precies dat aan de kaak stelt: de afwezigheid van schoonheid.

De rol van kunst in de maatschappij moet in ieder tijdvak opnieuw worden gedefinieerd. Een terugkeer naar de klassieken, zoals Scruton zich lijkt te wensen, is een utopie. En toch. Het werk van met name Hirst en Emin is de meest recente kunst die in deze documentaire aan bod komt; juist hun werk doet het meest gedateerd aan. Een nieuwe focus op ‘schoonheid’ (in kunst én maatschappij) lijkt me sowieso geen slecht idee. Sterker: ik denk dat die beweging al aan de gang is.

zaterdag 2 augustus 2014

Citaat 2 augustus 2014

People like you need to fuck people like me

- Tracey Emin (1963)
Uit: The art of Tracey Emin (2002)

dinsdag 10 april 2012

Notities #12-14

12) De duivel speelt in de gedichten die ik momenteel aan het schrijven ben een prominente rol. Ik heb nog geen idee wat hij in mijn gedichten doet, maar ik hoop dat hij me dat zelf zal vertellen. Vooralsnog treedt hij op als gesprekspartner.

Als verpersoonlijking van het slechte is zo'n duivel natuurlijk een beetje afgezaagd, temeer omdat de ander (ik) in vergelijking met de duivel altijd 'goed' wordt. Hij wordt in de rol van 'de goede' gedwongen, die 'het kwade' moet zien te weerstaan. Het komt er in deze gedichten dus eigenlijk op aan de duivel te nuanceren. Hem zo min mogelijk duivelachtig te laten zijn.

13) De Felice Brothers gebruiken in hun teksten nogal wat 'wild west'-beelden, er wordt veel met geweren en pistolen gezwaaid en vaak wordt er ook mee geschoten. Indrukwekkend, ook door de combinatie met de dikwijls grommende zang van Ian Felice en het imago van een stel ongewassen zwervers. Ik denk dat de teksten zo goed werken door de terloopsheid en de natuurlijkheid van het geweld.

14) Veel moderne beeldend kunstenaars hebben een fascinatie voor het eigen lichaam. Het 'in your face' van mensen als Tracey Emin en Hester Scheurwater zie ik als een voorlopig onhaalbaar ideaal. Precies datgene wat in de beelden indruk maakt, is in de taal banaal en nietszeggend.