Op zichzelf is Bas Heijnes insteek in Voor de democratie juist: de grafrede van Perikles, waar hij zijn betoog op baseert, is inderdaad ook vandaag nog relevant. Het belang van het individu wordt alleen gediend via het belang van het collectief. De analyse dat dit inzicht in het huidig tijdsgewricht uit oog is verloren is een open deur; het besef dat men precies weet waar men op stemt als men op fascisten als Trump en Wilders stemt dringt ook steeds meer door. Het praktisch effect van de publicatie is dan ook dat we (ik bedoel: de intellectuele elite waar Heijne zich op richt) wat beter begrijpt waarom de democratie het onderspit delft. Heijnes conclusie ('democratie is het waard om voor te vechten') betekent in de praktijk minder dan een druppel op een gloeiende plaat, omdat de lezers die hij met dit boek bereikt niet van dat punt hoeven te worden overtuigd. Maar het draagt er (zij het slechts heel beperkt) toe bij dat dit inzicht breder wordt gedragen en met name daar is behoefte aan.
woensdag 25 februari 2026
Notitie #496
zaterdag 10 januari 2026
Notitie #487
vrijdag 13 november 2020
Notities #397-398
397) In zijn essay over de waarneming in de kunst, Oog en geest, noemt Merleau-Ponty het zien 'een hebben op afstand': een 'bizar' bezit dat door de schilderkunst wordt uitgebreid naar alle aspecten van het Zijn. Het zien, van de werkelijkheid, maar ook van de kunst, is méér dan alleen lichamelijk. Merleau-Ponty stelt dat een schilderij alleen volgens het lichaam analoog is, het zien 'bekleedt' de 'imaginaire textuur van het werkelijke' van 'binnenuit'. Hij komt dan ook tot de conclusie dat er een blik van binnen is: een 'derde' oog, dat mentale beelden ziet.
398) Nog vóór Joe Biden tot winnaar van de verkiezingen in de VS was uitgeroepen, noemde David Pakman (hier) het 'mythische' en 'magische' denken van de aanhangers van Donald Trump een van de belangrijkste problemen waar het land mee te kampen heeft. Hij bedoelt daarmee het denken dat hecht aan 'conspiracies' en hij plaatst dat denken tegenover het 'empirische' denken, een denken dat hecht aan feiten.
Zijn analyse is volgens mij juist, dat is precies het ongemakkelijke eraan: ik heb me in mijn denken juist altijd sterk gemaakt voor het 'magische' denken, de verbeelding, het (zo je wilt) 'religieuze' denken, en ik heb me juist steeds verzet tegen de tijdsgeest, die precies dit denken afwijst en enkel waarde hecht aan meetbare eenheden (het liefst uit te drukken in geld). Ik voel me bij dit soort betogen door de tijdsgeest ingehaald.
Pakmans onderscheid is dan ook te grof. Het 'mythische' denken vind je volgens mij vooral bij religieuze mensen, en het probleem is in dit opzicht het fundamentalisme. Pakman maakt dat onderscheid niet en dat is heel begrijpelijk, omdat hij het niet meer heeft over een cultus, maar een stroming: hij heeft het over meer dan 70 miljoen kiezers, die vanuit dat 'magische' denken op Trump hebben gestemd. Zijn dat allemaal religieuze fundamentalisten? Vast niet, maar er is in dat geval ook iets anders mis, en het is er erg aan verwant.
De domheid regeert, letterlijk. Maar als Pakman stelt dat deze mensen 'in oorlog' zijn, dan heeft hij het volgens mij niet eens zozeer over een oorlog tegen de rede, maar over een oorlog tegen de werkelijkheid. Het is verleidelijk om dat gegeven te psychologiseren, maar ik denk dat de Trump-stemmer de afgelopen vier jaar al meer dan genoeg psychlogisch is geduid, zonder dat dit iets heeft opgeleverd. De denkrichting lijkt me meer dat het Trumpisme een consequentie is van het gegeven dat religie in de maatschappij op een gegeven moment is vervangen door het kapitalisme en dat het kapitalisme failliet is.
zaterdag 1 augustus 2020
Notities #393-394
dinsdag 28 juli 2020
Notities #388-392
dinsdag 22 oktober 2019
Notities #365-369
366) Wat is dat, een seksuele voorkeur, wat zegt die over je: je persoonlijkheid, je psyche, je overige verlangens? Het erotische domein is interessant omdat het allerlei, veelal onbewuste, motivaties samenbrengt. In het voorgaande gedicht (55) onderzoekt Kunin 'A love/ that is really hate. Misogyny.' Die 'hatende liefde', die Kunin expliciet vanuit de 'feministische kritiek' bespreekt, werkt volgens mij twee kanten op: de dichter haat zijn object van liefde en hij houdt ervan door zijn object van liefde te worden gehaat.
367) Het seksueel opgewonden raken van vernedering heeft, bij Kunin en volgens mij ook in het algemeen, te maken met het uitoefenen en ondergaan van macht. Hij citeert in gedicht 66 Crowds and power van Elias Canetti: 'Anyone who wants to rule men first tries to humiliate them, to trick them out of their rights and their capacity for resistance, until they are powerless before them as animals.'
Kunin maakt hier de notie 'macht' politiek, waar het daarvóór over macht binnen een relatie ging. Hij stelt (terecht, volgens mij) dat de aantrekkingskracht van macht te maken heeft met de spanning van het gegeven dat machtsverhoudingen kunnen omdraaien. Dat geldt voor zowel het persoonlijke als het publieke (politieke) domein.
368) Sinds Donald Trump tot president van de Verenigde Staten werd gekozen, lees ik met enige regelmaat een theorie over zijn achterliggende bedoelingen. Het ijzingwekkende lijkt me inmiddels dat die achterliggende bedoeling er niet is. Er is geen ideologie, er is alleen een afgrondelijke domheid (zijn a-moraliteit, racisme, seksisme, ijdelheid, etc. zijn daarop terug te voeren). Ik ben er steeds meer van overtuigd dat zijn presidentschap leeg is. Trump is de uiterste consequentie van het kapitalistische denken: het doel van macht is geld. Letterlijk niets anders telt.
369) Is Kunins 'love that is really hate' ook politiek toe te passen? De leider die het volk dat hij leidt haat, het volk dat ervan houdt om door de leider te worden gehaat?
donderdag 11 april 2019
Notitie #345
Het essay is recent opnieuw uitgegeven omdat het iets zegt over onze tijd. Belangrijk is de notie dat de rancune 'tot de meest essentiële verschijnselen van onze cultuur [behoort]'. De 'mens van het ressentiment [...] wrokt, omdat hij in de wrok althans de lust beleeft van de permanente ontevredenheid; hij koestert de wraakgedachte zoals de artiest het l'art pour l'art [...]'.
Precies dat gegeven kenmerkt onze tijd ook. De westerse wereld is nog nooit zo welvarend geweest, tegelijk wordt het (juist dóór die welvaart) geregeerd door ontevredenheid, angst en - ja, rancune. Dat dit gegeven in politiek opzicht vooral koren op de molen is van (extreem) rechts, moet te maken hebben met het steeds extremere kapitalisme, waar de westerse wereld steeds nadrukkelijker op functioneert. Het idee recht te hebben op welvaart, en daar nooit genoeg van te hebben.
Het voornaamste verschil met 1937 is dat de rancune niet alleen dagelijks wordt gevoed door krantenberichten, maar ook door bijvoorbeeld de social media. Het kwaad waar dit toe leidt, is tot op zeker hoogte willekeurig, omdat het afhangt van de leider die de rancune, doorgaans met behulp van een trosje zondebokken, weet te mobiliseren. Lieden als Trump en Baudet laten zien dat de rancune overal vijanden zoekt.
zaterdag 18 februari 2017
Notities #255-256
Op zichzelf was dat moment (als veel andere momenten tijdens die persconferentie) al bizar, maar de commentaren van de kijkers die tijdens de live stream te volgen waren, maakten het helemáál surreëel. De aanhangers van Trump bleven namelijk volhouden: 'He tells it like it is'. Als er één ding helder werd uit de persconferentie, dan was het wel dat hij precies dat niet doet.
Maar kennelijk maakt dat niet uit. Kennelijk gelooft Trump oprecht in zijn eigen beweringen, en gelooft met hem een substantieel deel van de westerse wereld (niet de 'beweging' die hij denkt aan te voeren, en het aantal aanhangers slinkt hopelijk, maar het zijn er toch nog genoeg om hem te laten zitten waar hij zit) in aantoonbare onwaarheden. De 'alternatieve' werkelijkheid waar zij in leven laat zich aan de feitelijke, tastbare wereld niets gelegen liggen; sterker: die feitelijke, tastbare wereld is verdacht.
256) Schoonheid raast in mij tot ik sterf van Hazim Kamaledim (waar ik tot nu enkel nog de achterflap van heb gelezen) wordt gepresenteerd als een postuum boek, terwijl de (Iraakse) schrijver levend en wel in Antwerpen woont en werkt. Dat is een mooi (en bruikbaar) idee. Het stelt de schrijver in de gelegenheid dingen bewust 'onaf' te laten, ongeveer zoals Bomans een van zijn sprookjes op het hoogtepunt van de spanningsboog afbrak met de mededeling dat op dat moment een steen door het raam van zijn werkkamer vloog. Of dat echt is gebeurd, en zo ja, of dat de reden was om het sprookje niet af te maken, maakt niet uit. Het gaat hier om de schoonheid van het onaffe.
Tegelijk is het voor Kamaledim, dat kan niet anders, méér dan een mooi idee. De fictionele Kamaledim is volgens de achterflap gestorven bij een bomaanslag in Bagdad, of (dat is niet duidelijk) een Amerikaanse aanval. Hij neemt in dit boek dus de plaats in van zijn gestorven landgenoten. Preciezer: de fictionele Kamaledim is inderdaad in Bagdad gestorven.
dinsdag 15 november 2016
Notitie #246
Joseph Arthurs 'The Campaign Song' is een helder commentaar op de actualiteit. De tekst is na alle halfzachte commentaren op de verkiezingsuitslag verfrissend. Arthur noemt de Trump-stemmers ondubbelzinnig 'racists and bigots'. Daar heeft hij ook volledig gelijk in, al was het alleen maar omdat Trumps kiezers zich niet hebben laten weerhouden door zijn racisme en seksisme tijdens de campagne.
De schrijnende ironie is dat precies dit type opmerkingen kennelijk veel kiezers naar Trump heeft gedreven. De commentaren onder de clip op Youtube demonstreren het beperkte effect van een dergelijke stellingname, en laten bovendien goed zien hoe het vorige week is misgegaan.
Is het dan een preek voor eigen parochie? Misschien, maar ik ben blij dat dit liedje bestaat. Zelf zei Arthur er in een statement over: “I wanted to use the lingo of Trump’s elders as subtle form of linguistic manipulation designed to send him under his bed shivering like the whimpering maggot that he is.” Dat is (in deze situatie zeker, maar ook in het algemeen) de enig juiste inzet. Deze houding wordt in de clip ook prachtig getoond door de beelden van vrouwen die tijdens de Republikeinse Conventie naakt en met spiegels protesteren ('Everything She Says Means Everything' van Spencer Tunick).
zondag 13 november 2016
Notities #244-245
244) 'The band you know. The story you don't', stelt de trailer van de Beatles-documentaire Eight days a week. Dat valt tegen. Er zit niets in de documentaire dat niet al elders, en dikwijls beter, is verteld. Bovendien is de kritiekloze manier van vertellen behoorlijk irritant. De waarde van de documentaire zit hem wat mij betreft in het mooie, mij tot nu onbekende beeldmateriaal en de gerestaureerde geluidsopnamen.
De vraag die aan het begin van de trailer (ook redelijk in het begin van de documentaire) wordt opgeworpen, is een belangrijke: why are they screaming? Ik heb wel analyses gelezen die de hysterie tijdens de Beatlemania seksueel duidden; een religieuze duiding ligt ook voor de hand. Het massale van de massa lijkt me ook een factor. Het wordt in de documentaire ook zo verteld: de meisjes hoopten tegen beter weten in dat hun favoriete Beatle hen zou opmerken tussen alle anderen. Iedereen in het publiek wilde de rest van het publiek overstemmen. De Beatles, op hun beurt, probeerden dat weer te overstemmen met hun liedjes over de liefde. Je zou kunnen zeggen dat de concerten van de Beatles een luidruchtige uitwisseling van (onrealistische, onbereikbare) liefde waren. Pogingen om dat onrealistische te overbruggen.
245) Ik beschouw het als een ironische speling van het lot dat uit dezelfde generatie die de westerse cultuur de Flower Power gaf, een president als Trump voortkomt. Het is een surrealistische verkiezingsuitslag, het kan helemaal niet. Niet alleen omdat Trump een rampzalige campagne voerde tegen een sterke kandidaat met een bijna foutloze campagne - maar vooral omdat zijn opmerkingen en opvattingen lijnrecht ingaan tegen wat al sinds het begin van de twintigste eeuw geldt als 'Amerikaans'.
Althans - volgens de cultuuruitingen. In Nieuwsuur vertelde een vrouw gisteren dat ze zich realiseerde dat ze altijd in een bubbel heeft geleefd. Mijn uitleg van die opmerking is dat buiten alle communicatie die zij heeft ervaren (tv, boeken, internet, films, kranten) zich onder een enorme groep mensen een stelsel aan opinies heeft ontwikkeld die een figuur als Donald Trump aan de macht heeft kunnen brengen. Misschien is hier wel hetzelfde aan de hand: de massa is een verzameling eenlingen die zich onvoldoende opgemerkt voelen.
Het is niet zo moeilijk te begrijpen hoe populisme werkt, en ik snap ook wel waarom populisme in dit tijdsgewricht succesvol kan zijn. Maar het gebrek aan fatsoen waar al deze Trump-stemmers hoe je het ook wendt of keert van getuigen, is ronduit weerzinwekkend. Ik zie het als een plicht om hiertegen in verzet te komen, de vraag is alleen: hoe? De massa laat zich kennelijk vooral buiten de massacommunicatie om beïnvloeden, laat staan dat poëzie enig effect kan hebben. Toch is dat de enige manier die ik beheers.