woensdag 22 juli 2026

Notitie #499

De dichter en de duivel is een kamikaze-bundel, of ten minste is het de handgranaat die Lieke Marsman gooide op het moment dat ze zelf ten onder ging. Een met humor gegooide handgranaat, dat wel, maar daarmee niet minder dodelijk. Vooral wanneer ze aan het slot de interview-vraag die zij zelf, als terminaal zieke, steeds voorgeschoteld kreeg, omdraait, is de humor gitzwart:

Wilt u misschien een lezing// komen geven over hoe het is om in een ongeneeslijk zieke wereld te leven op onze middag over mensen die leven in een ongeneeslijk zieke wereld?

Het heeft iets sardonisch: ik ga dood, zegt ze, maar jullie ook. Niet uit leedvermaak of iets dergelijks, maar als een confronterend helder geformuleerde constatering. De bijtende humor die ik er ook in lees, is bedoeld om de woorden zo hard mogelijk binnen te laten komen. Het is verleidelijk om in ieder geval dat aspect als een soort hoop te zien, maar daarmee doe ik deze ijzingwekkende regels geen recht. Er is helemaal geen hoop. Als er al sprake is van hoop in deze bundel, is het de hoop van de terminaal zieke. 

zaterdag 20 juni 2026

Notitie #498

Een van de vele interessante noties die Bernke Klein Zandvoort in Oogsprong over het zien formuleert, is die over de blik als machtsmiddel. Ze haalt bell hooks aan. De starende blik van het kind wordt als brutaal ervaren, de wegkijkende blik als het kind een standje krijgt eveneens: 'Kijk me aan als ik tegen je praat'. Daarom werd tijdens de slavernij de tot slaaf gemaakte verboden zijn overheerser aan te kijken, iets wat het verlangen te zien aanwakkerde. 

Klein Zandvoort besluit de paragraaf met de memorabele oneliner 'Aankijken is bestaan'. In deze formulering klinkt volgens mij de betekenis 'zien is bestaan' mee. Maar meer nog: zichtbaar kijken; bestaan in andermans perceptie; bestaan is erkend worden.

vrijdag 17 april 2026

Notitie #497

Hoe Nicolaas Matsier in Gesloten huis zijn ouders beschrijft, en hoe hij zich tot hen verhoudt, via hun spullen. En via die spullen heel trefzeker weet te beschrijven hoe het voelt om na hun dood het huis leeg te halen: daaruit spreekt verbinding, maar ook vervreemding. Ook als het spullen uit zijn eigen jeugd betreft, voelt de zoon zich een indringer in het leven van zijn ouders. Er spreekt een wederzijdse eenzaamheid uit.

woensdag 25 februari 2026

Notitie #496

Op zichzelf is Bas Heijnes insteek in Voor de democratie juist: de grafrede van Perikles, waar hij zijn betoog op baseert, is inderdaad ook vandaag nog relevant. Het belang van het individu wordt alleen gediend via het belang van het collectief. De analyse dat dit inzicht in het huidig tijdsgewricht uit oog is verloren is een open deur; het besef dat men precies weet waar men op stemt als men op fascisten als Trump en Wilders stemt dringt ook steeds meer door. Het praktisch effect van de publicatie is dan ook dat we (ik bedoel: de intellectuele elite waar Heijne zich op richt) wat beter begrijpt waarom de democratie het onderspit delft. Heijnes conclusie ('democratie is het waard om voor te vechten') betekent in de praktijk minder dan een druppel op een gloeiende plaat, omdat de lezers die hij met dit boek bereikt niet van dat punt hoeven te worden overtuigd. Maar het draagt er (zij het slechts heel beperkt) toe bij dat dit inzicht breder wordt gedragen en met name daar is behoefte aan. 

vrijdag 13 februari 2026

Notitie #495

Het had geen plaats in de recensie, maar de gerichtheid op het 'ik' viel me in Zeebeving van Roberta Petzoldt sterk op. Als de 'ik' zwangere koeien ziet, wordt dat betrokken op de eigen kinderloosheid. De rouwgedichten handelen niet over de overleden vader, maar over de ankerloosheid van het eigen bestaan. Dat is in zekere zin onvermijdelijk, en ik wil ook niets afdoen aan de waardering voor de bundel die ik in de recensie uitdruk, maar het gemak waarmee het 'ik' centraal wordt gesteld is wel opvallend. Is het een generatie-dingetje? Of is het iets wat alle dichters doen, en is het bij Petzoldt alleen versterkt aanwezig?

donderdag 12 februari 2026

Notitie #494

Bij het bekijken van de heruitgave van Beatles Anthology valt op hoe de overgebleven bandleden hun eigen verhaal ontdoen van de magie: hun nuchtere verteltoon over vier jongens die tot hun eigen verbazing enorm populair werden is wel fijn - zeker nu de mythe (meer dan 50 jaar later) de overhand neemt. 

Maar met name de breuk tussen het laatste album uit hun tijd als optredende artiesten (Revolver) en hun eerste single als studioband ('Penny Lane/ Strawberry Fields Forever') is zo groot dat er wel een vleugje magie bij komt kijken. Die breuk behelst méér dan het besluit het gitaargeluid niet meer te laten leiden, zelfs meer dan het gegeven dat de band meer tijd had om de liedjes en het geluid ervan meer te ontwikkelen. Het is de benadering van popmuziek, die ook een benadering van de werkelijkheid is. Die verandering, die met 'nothing is real' ook expliciet werd gemaakt, was niets minder dan een revolutie.

zondag 8 februari 2026

Notitie #493

Er zit een agitatie in de gebeeldhouwde dieren van Theresia van der Pant (Beelden aan Zee). Ze lijken een verdedigende pose aan te nemen, alsof ze worden aangevallen, al is dat (zeker in het geval van de pinguïns) ook hun natuurlijke pose. De giraffe, bijvoorbeeld, heeft alleen zijn oren naar achteren. De beelden drukken een ongemak uit, misschien eenvoudigweg het ongemak van het bestaan in het algemeen.