490) Daniël van Egmond betoogt in De mens en zijn engel dat er vier 'bewustzijnsdimensies' zijn, het mentale en rationele enerzijds, het mythische en magische anderzijds. Voor een volledige ervaring van de werkelijkheid moet je al die dimensies benutten (de ellende is, aldus Van Egmond, dat we in onze huidige cultuur het mythisch/magische bewustzijnsniveau verwaarlozen). In het mythisch/magische bewustzijn is er geen tijd; alleen 'nu'.
491) Interessant is ook Van Egmonds notie dat al vanaf de Egyptenaren alle scheppingsverhalen uitgaan van een ordening in de (oer)chaos, die een scheuring betekent: een geboorte, die met strijd en pijn gepaard gaat. Deze schepping, letterlijk de manier waarop de wereld tevoorschijn komt, vindt in het mythisch/magische bewustzijn plaats: dagelijks.
492) De farao's werden via een pijnlijk proces (ritueel) vergoddelijkt en moesten jaarlijks 'sterven' en 'opnieuw worden geboren'; zoals dat ook o.a. bij de westerse mystici gebeurde: ik [ben] niet langer meer het middelpunt van mijn microkosmos. Want God wordt in mij geboren,en dus zal God dit middelpunt gaan bezetten. (p.49)
