Posts tonen met het label dorothea lasky. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorothea lasky. Alle posts tonen

zondag 21 april 2013

Notitie #60

Gerard Reve geldt als een van de grootste Nederlandse schrijvers van de afgelopen 50, 60 jaar. Zijn werk is vaak expliciet erotisch, maar hij werd kwaad als het werk ‘vies’ of ‘schunnig’ werd genoemd, de erotiek was bij hem een wezenlijk onderdeel van zijn religieus leven. Theoretisch was Reve niet al te sterk, zoals bijvoorbeeld blijkt uit Moeder en zoon; een erg mooi boek over zijn bekering tot het katholicisme - maar het is niet zozeer mooi vanuit theologisch oogpunt - in dat opzicht is het vooral een beetje onbeholpen. Nee, het is mooi uit literair oogpunt.

Daarom, denk ik, hebben zoveel schrijvers en dichters moeite met de vraag naar waar het boek ‘over gaat’. Alle energie en kunde is in het literaire werk gaan zitten, het is wat veel gevraagd om de schrijver ook de theorie rond dat werk te laten maken. Daar zijn andere mensen voor.

De schrijver is zelfs juist niet de persoon om daar iets over te zeggen. Een dichter als Dorothea Lasky zegt dat poëzie juist gaat om hetgeen je niet begrijpt. Dat punt blijft een beetje heikel vind ik, het verschil tussen een droedel en een kunstwerk is juist dat het kunstwerk een constructie is, dat is ontworpen om een bepaalde ‘zegging’ te hebben. De kunstenaar wil het kunstwerk niet voor niets maken, niet voor niets is men vaak op zoek naar de ’noodzaak’ van het kunstwerk. Het kunstwerk moet er zijn, en is alléén wat het is - en hetgeen eventueel gezegd moet worden is iets dat alleen in het kunstwerk gezegd kan worden.

Dat de maker zelf vaak niet veel zinnigs over het werk heeft te zeggen is iets wat ik bijna dagelijks ervaar. Ik houd mezelf gerust met de gedachte dat ik dat ook niet hoef. Dat een kunstwerk vaak pas interessant wordt wanneer het ‘raar’ is. Tegelijk vind ik wel dat ik moet blijven proberen grip op het proces te houden, proberen te begrijpen wat er gebeurt.

zaterdag 15 december 2012

Notitie #39

Ik loop een beetje achter in de poëziekalender van Komrij. Deze week las ik het betoog dat achter een gedicht van Faverey staat, 19 oktober 2012. Hij keert zich erin tegen een manier van lezen waarin gedichten ‘spontaan [worden] begrepen als dingen om te bestuderen, om te ontleden en te analyseren. Poëzie als academische discipline.’  Op zichzelf een sympathiek pleidooi, waarin hij de ervaring van het gedicht boven de analyse ervan stelt. Maar poëzie blijft een kwestie van lezen, en nadenken over hetgeen er staat. Als je dat achterwege laat, kom je uit op loze kreten en armzalige oordelen, zoals ik laatst Bouke Vlierhuis die zag formuleren in zijn bespreking van de bundel van Andy Fierens: ‘Drank, testosteron, gebral. Heerlijk.’

J. wees me laatst op de Amerikaanse dichteres Dorothea Lasky en een artikel dat ze publiceerde: ‘Scientist or Mystic’. Haar betoog is vergelijkbaar met dat van Komrij, maar ze gaat een stap verder. Een wetenschapper houdt zich aan de regels [van de grammatica] en hoewel hij weet dat het interessanter is daarbuiten te opereren zal hij  in de praktijk binnen die regels blijven opereren. De mysticus voert die ‘onthechting‘ verder, stelt Lasky, het ‘ik’ van de dichter is alles wat de dichter niet is.

Komrij en Lasky betrekken allebei een stelling tegen de wetenschappelijke benadering van de poëzie, en vóór de ‘dichterlijke’. Hoewel zijn positie me sympathiek is, ben ik niet erg geneigd Komrij bij te vallen, misschien omdat ik zelf academicus ben en de waarde van het academisch lezen van poëzie aan den lijve heb ondervonden - en ook staat de negatief geladen, wat karikaturale weergave van de discussie me tegen. Aan het betoog van Lasky bevalt me met name het niet aangegeven verband tussen de zinnen. Ik merkte aan de moeite die ik had haar betoog samen te vatten dat ze in haar zinnen van steen naar steen springt, in plaats van ze op elkaar te stapelen. Dit onderstreept haar betoog en neemt me direct voor haar positie in.