zaterdag 13 juli 2019

Notitie #354

Volgens 'breatless345', die vijf delen van ieder rond de 2 uur 'Understanding Lennon/McCartney' op Youtube publiceerde, is het verhaal van het succesvolle songwritersduo ook het tragische verhaal van de onbeantwoorde liefde van Lennon voor McCartney.

Dat gegeven is wat minder ver gezocht dan het op het eerste gezicht lijkt. De docu is opgebouwd uit enkel bestaande beeld- en geluidsfragmenten (geen voice over). Daaruit blijkt dat de betrokkenen zelf zich ook wel in die zin over de relatie hebben uitgesproken. Lennon is altijd open geweest over het gegeven dat hij ook homoseksuele relaties aan zou kunnen gaan en Yoko Ono heeft in interviews verteld over haar uitvoerige gesprekken met hem daarover, waarin ze hem o.a. een 'closet fag' noemde. Tegen Harry Nilsson heeft hij eens (in een dronken bui) gezegd dat hij 'just like everyone else' is: dat hij voor het uiterlijk van Paul McCartney viel. Het bekende 'Jealous Guy' zou aan McCartney zijn gericht.

De docu heeft prachtige beeld- en geluidsfragmenten die ik nog niet kende en het werpt daardoor ook een mooi licht op de vriendschap. Maar ondanks de omvang is het een nogal eenzijdige docu, waarin Yoko Ono weer wordt afgeschilderd als een duistere, manipulatieve vrouw en waarin McCartney wordt neergezet als het echte genie van het duo. Ik denk niet dat het onjuist is te stellen dat de vriendschap tussen Lennon en McCartney zo intens was dat je zou kunnen spreken over een liefde - en dat bij Lennon de mogelijkheid van een lichamelijke liefde altijd aanwezig was. Toch is het beeld dat wordt neergezet te simplistisch.

Het kantelpunt in de vriendschap is volgens de docu de periode waarin The Beatles zich in India bij de Maharishi hadden gevoegd. McCartney verlaat het kamp op een gegeven moment, Lennon blijft nog zes weken. Nadat ook hij terugkeert, belandt hij in een diepe crisis, waarin hij ook verslaafd raakt aan heroïne, en die uiteindelijk leidt tot het einde van The Beatles. De episode wordt voorafgegaan door een interviewfragment waarin Lennon stelt dat hij buiten The Beatles niemand is. Zijn onzekerheid, ook ten opzichte van McCartney, is berucht. De suggestie is dat Lennon zich in die zes weken realiseerde dat de vriendschap nooit een liefde kon worden. Vanaf dat moment maakte hij zich, met hulp van Yoko Ono, los uit de groep.

Het probleem aan deze suggestie is dat het grotendeels voorbij gaat aan de existentiële crisis waar Lennon in terecht kwam nadat de Maharishi voor hem door het ijs was gezakt. Dat is een complex geheel, nog versterkt door de roem (alle bandleden hadden op dat moment grote moeite daarmee om te gaan) - waar de complexe vriendschap met McCartney allicht deel van uitmaakte, maar waarvan het te simpel zou zijn om te stellen dat zijn gevoelens voor McCartney de oorzaak van de crisis waren. Zelf heeft Lennon meerdere malen aangegeven al vanaf de periode van de Beatlemania op zoek was naar een manier om te ontsnappen - een opmerking die buiten de docu is gehouden.

En vooral: wat doet het ertoe? Voegt het iets toe aan bijvoorbeeld 'I'm so tired', misschien wel mijn favoriete nummer van The Beatles (geschreven in India en hier in een demoversie), als je je bedenkt dat McCartney de aangesprokene zou kunnen zijn? De kracht is juist dat de aangesprokene vaag blijft.


maandag 24 juni 2019

Notitie #353

Korte discussie met JM over de vertaalbaarheid van poëzie. Hij noemde mijn opmerking (n.a.v. de bundel van Fatena Al Ghorra) dat poëzie 'eigenlijk onvertaalbaar is' 'onzin': er gaat iets verloren, zegt hij, maar er wordt ook iets gewonnen. Dat is een open deur.

Ik bedoelde aan te geven dat de woorden volgens mij tot op zekere hoogte wel vertaalbaar zijn, maar wat die woorden uitdrukken per definitie niet: eenvoudigweg omdat hetgeen wordt uitgedrukt in een andere culturele context moet gaan functioneren, en in die andere context gaat het zich anders verhouden, niet alleen tot de context, maar ook tot zichzelf: tot wat het is. Zoals een stokbrood in Rijswijk minder lekker smaakt dan in Montmartre.

Wat net zo goed een open deur is.

In de kern had ik het volgens mij over de ontoereikendheid van taal: hoe breng je (het wezen van) iets over? In vertaalde poëzie wordt die vraag extra relevant, eenvoudigweg omdat niet alleen dat (wezen van) iets moet worden overgebracht, maar ook de culturele context van dat (wezen van) iets.

Ik denk wel dat wat ik zeg klopt, dat dit eigenlijk onmogelijk is (dit 'eigenlijk' is belangrijk), maar ik vermoed dat JM reageerde op de absoluutheid van het woord 'onmogelijk'. Daarin heeft hij gelijk: de notie veronderstelt één vaststaande betekenis van de talige uiting en de context daarvan, die er natuurlijk niet is. Het veronderstelt ook dat communicatie tussen mensen en culturen 'onmogelijk' is. En dat is inderdaad onzin.

zaterdag 1 juni 2019

Notities #351-352

351) Bijzonder aan Erik Lindners Zog zijn de zeer gedetailleerde observaties van de branding. Het resultaat is filmisch: ik betrapte me er althans op dat ik steeds dacht dat je net zo goed zelf naar het strand zou kunnen gaan, of naar filmbeelden van de branding zou kunnen kijken. Maar dan zou je niet hetzelfde zien. Ook heb ik de indruk dat de zee bij Lindner naar iets anders verwijst. Daarin verschillen de gedichten overigens niet met de concrete zee, of filmbeelden ervan.

352) Zonder twijfel is Wakend over God van Joost Zwagerman de meest duistere bundel die ik de afgelopen jaren heb gelezen. De bundel is natuurlijk beklemmend vanwege de zelfmoord van de dichter, tussen het voltooien van het manuscript en de publicatie ervan. Tot in detail wordt de zelfmoord beschreven en ook laat de dichter zien dat hij zich bewust is van het verwoestende effect dat die daad op zijn nabestaanden zal hebben. Het gevecht met (de nogal onbepaalde) God, waar de achterflap de nadruk op legt, blijft daarentegen een constructie, of beter gezegd misschien: de reconstructie van een innerlijk gevecht, na de capitulatie.

zaterdag 18 mei 2019

Notities #349-350

349) Marina Abramovic presenteert zich in haar memoir Walk through walls als een spiritueel kunstenaar. Een spiritualiteit die niet religieus is, volgens mij, al sluit ze wel (hoewel losjes) aan bij het boeddhisme. Abramovic gelooft in energie. En al bestempelt ze sommige gebeurtenissen als 'amazing', de manier waarop ze sommige magische fenomenen beschrijft is moeilijk anders te beschrijven dan 'natuurlijk'. Zoals enkele welhaast helderziende ervaringen en bijvoorbeeld haar ervaring dat er een wit licht door haar heen ging op het moment dat haar vader aan de andere kant van de wereld stierf.

350) Grappige tegenstelling. In het Picassomuseum in Malaga hangen allerlei quotes van Pablo Picasso waarin hij zijn visie op kunst uiteenzet. Zo zegt hij bijvoorbeeld dat de intentie van de kunstenaar niet relevant is: het gaat om wat hij doet. De opmerking deprimeerde me omdat er altijd een enorm gat zit tussen wat ik wil maken en wat ik maak. Abramovic stelt in Walk through walls daarentegen precies het tegenovergestelde: voor haar is de intentie van de kunstenaar het hart van het werk. Dat heeft, geloof ik, ook weer te maken met haar geloof in 'energie', wat een geloof in het leven zelf is.

dinsdag 16 april 2019

Notities #346-348

346) Gesprek over de beroemde opmerking van Tracey Emin over haar The Bed, 'It's art because I say it is'. Ze stelt daarin dus nadrukkelijk dat niet de beschouwer bepaalt wat kunst is, maar de kunstenaar. De opmerking stelt de vraag '(Waarom) is dit kunst' buiten werking door te zeggen dat alles (in de juiste context) kunst kan zijn. Haar The Bed, het beeldende equivalent van een ready made, illustreert dat.

347) Het gesprek over Emin vond plaats in de context van de uitlatingen van Thierry Baudet over hedendaagse kunst, die overeenkomen met de opmerkingen van Roger Scruton, die ik eerder op dit blog besprak. De conservatieve (nee: reactionaire) afwijzing van moderne kunst, zoals Baudet meerdere malen heeft geformuleerd, gaat ervan uit dat is te definiëren wat kunst is, en stelt vervolgens dat die ene definitie waar zij het mee eens zijn de waarachtige is. Alsof kunst iets is dat geen relatie heeft met de maatschappij en alsof de maatschappij iets is dat niet aan ontwikkeling onderhevig is.

348) Opvallend trouwens, hoe de Beatles vaak door conservatieven (als Baudet) worden omarmd. Een kus des doods van mensen die het oeuvre niet kennen en afgaan op de bekende nummers. Al vermoed ik ook dat de gespletenheid van een figuur als McCartney daar debet aan is: hij was, zeker als Beatle, een vernieuwer die tegelijk heel traditioneel was - wat een verklaring kan zijn waarom de Beatles nog steeds zo geliefd zijn.

donderdag 11 april 2019

Notitie #345

Terecht stelt Menno ter Braak zich in zijn essay Het nationaal-socialisme als rancuneleer (1937) de vraag waarom het fascisme niet al veel eerder op is gekomen: Max Scheler had al in 1919 de rancune gesignaleerd, die volgens Ter Braak de voedingsbodem van het nationaal-socialisme was. Het antwoord is, lijkt me, dat de dynamiek waarin de rancune zich openbaart per tijdvak verschillend is. Ter Braak geeft zelf al aan dat de rancune ook een verschijnsel is van o.a. de democratie, het socialisme en het christendom: dat het dus verschillende verschijningsvormen heeft.

Het essay is recent opnieuw uitgegeven omdat het iets zegt over onze tijd. Belangrijk is de notie dat de rancune 'tot de meest essentiële verschijnselen van onze cultuur [behoort]'. De 'mens van het ressentiment [...] wrokt, omdat hij in de wrok althans de lust beleeft van de permanente ontevredenheid; hij koestert de wraakgedachte zoals de artiest het l'art pour l'art [...]'.

Precies dat gegeven kenmerkt onze tijd ook. De westerse wereld is nog nooit zo welvarend geweest, tegelijk wordt het (juist dóór die welvaart) geregeerd door ontevredenheid, angst en - ja, rancune. Dat dit gegeven in politiek opzicht vooral koren op de molen is van (extreem) rechts, moet te maken hebben met het steeds extremere kapitalisme, waar de westerse wereld steeds nadrukkelijker op functioneert. Het idee recht te hebben op welvaart, en daar nooit genoeg van te hebben.

Het voornaamste verschil met 1937 is dat de rancune niet alleen dagelijks wordt gevoed door krantenberichten, maar ook door bijvoorbeeld de social media. Het kwaad waar dit toe leidt, is tot op zeker hoogte willekeurig, omdat het afhangt van de leider die de rancune, doorgaans met behulp van een trosje zondebokken, weet te mobiliseren. Lieden als Trump en Baudet laten zien dat de rancune overal vijanden zoekt.

zondag 3 maart 2019

Notitie #344

L. heeft me een werk van haarzelf gegeven, dat is gebaseerd op een passage uit Roland Barthes' Camera Lucida, namelijk de passage over Robert Mapplethorpes 'Young Man With Arm Extended'. Barthes behandelt in de passage de kairos van het verlangen en stelt dat de hand in de foto van Mapplethorpe 'the right degree of openness, the right density of abandonment' heeft en daarmee een verlangen losmaakt dat voorbijgaat aan wat het ons laat zien. In pornografie, zegt hij, laat het lichaam zichzelf zien, het geeft zichzelf niet: 'there is no generosity in it'.

Barthes onderscheidt dus het verlangen naar het zichtbare en naar hetgeen daarachter ligt, hetgeen dus per definitie niet wordt getoond: het wordt alleen ervaren, via suggestie. Hij noemt dat een verlangen naar 'the absolute excellence of a being, body and soul together'. Hij noemt het ook puur geluk dat de fotograaf de hand op deze manier heeft weten vast te leggen, het effect was minder verpletterend geweest als de vingers of de hand enkele millimeters zouden zijn verschoven.

Zonder twijfel verbindt L. deze passage met het religieuze verlangen: een (in de kern erotisch) verlangen naar een afwezig, een onzichtbaar, onaanraakbaar lichaam - maar desalniettemin een lichaam. Een bezield lichaam van vlees en bloed, dat zich hooguit in vluchtige momenten laat ervaren.