S. vindt de liedjes van Garfunkel & Oates niets aan. Dat komt misschien omdat het duo met hun grappige liedjes met name hun seksegenoten een spiegel voorhouden; of omdat het voor mannen leuker is om vrouwen grappen over seks te horen maken dan voor vrouwen. Een andere reden kan zijn dat het ook inderdaad een beetje een flauwe humor is.
Ik luister graag naar Garfunkel & Oates, niet eens zozeer omdat ik de grapjes zo leuk vind. Er zitten wel goede grappen bij maar echt dijenkletsers zijn het zelden. Het is meer hun energie: het geloof in de leukheid van hun liedjes (ook al zijn ze misschien flauw) en ook de pretentieloosheid van zowel de muziek als de teksten (de grapjes). Ze nemen zichzelf niet zo serieus, toch zingen ze hun liedjes met overgave. Het plezier zelf is de belangrijkste drijfveer en precies dat maakt de liedjes goed.
Dat komt overeen met wat John Lennon ooit over de Beatles zei: “When I was a Beatle, I thought we were the best fuckin’ group in the goddamn world. And believing that made us what we were.”
Het is niet primair de kwaliteit die maakt dat je goed bent.
Onzekerheid is angst, en angst met betrekking tot je eigen werk kan alleen betekenen dat je je eigen werk te serieus neemt.
donderdag 27 september 2012
zondag 9 september 2012
Notities #31-32
31) Het hoge stemmetje van Stephen Malkmus in 'One percent of one' representeert een soort gekte die ik nog niet kende in de popmuziek. Het is een soort dreinen, vergelijkbaar met dat van kinderen, hier bewust gezocht door Malkmus met als kennelijk doel iets te doorbreken.
32) Dit weekend heb ik me via een documentaire op Youtube, 'The Winged Beatle', weer verdiept in de 'Paul is dead'-theorieën. Ik luister al decennialang naar de Beatles en ik blijf nieuwe dingen horen. Het aantal aanwijzingen dat Paul dood zou zijn is overweldigend, zodanig dat het onwaarschijnlijk lijkt dat de Beatles niet in ieder geval een deel daarvan bewust zelf zouden hebben aangebracht. Zoveel aanwijzingen er zijn, zo gammel is de theorie als de feiten worden bekeken. Maar het blijft een mooie legende. En een dergelijk spelen met magische verwijzingen en verborgen boodschappen - zoals de Beatles volgens mij wel degelijk hebben gedaan - is benijdenswaardig virtuoos.
32) Dit weekend heb ik me via een documentaire op Youtube, 'The Winged Beatle', weer verdiept in de 'Paul is dead'-theorieën. Ik luister al decennialang naar de Beatles en ik blijf nieuwe dingen horen. Het aantal aanwijzingen dat Paul dood zou zijn is overweldigend, zodanig dat het onwaarschijnlijk lijkt dat de Beatles niet in ieder geval een deel daarvan bewust zelf zouden hebben aangebracht. Zoveel aanwijzingen er zijn, zo gammel is de theorie als de feiten worden bekeken. Maar het blijft een mooie legende. En een dergelijk spelen met magische verwijzingen en verborgen boodschappen - zoals de Beatles volgens mij wel degelijk hebben gedaan - is benijdenswaardig virtuoos.
vrijdag 7 september 2012
Citaat 7 september 2012
Er zal een dag komen dat ik dit niet meer zie, dat de bananen op de rand van het trottoir, de verkoopsters met hun radde tong, de kranten die de kleine venter heeft uitgestald op de hoek van het trottoir aan de overkant, me zullen hebben overleefd. Ik weet heel wel dat dat andere bananen zullen zijn en andere verkoopsters, en dat de kranten voor wie zich zou bukken om ze te bekijken, een datum zullen hebben die niet van vandaag is. Maar zij blijven bestaan omdat ze niet leven, ook al zijn het andere; ik ga voorbij omdat ik leef, ook al blijf ik dezelfde.
- Fernando Pessoa (1888-1935)
Uit: Het boek der rusteloosheid (1990), vert. Harrie Lemmens
dinsdag 4 september 2012
Notitie #30
'Het heeft geen enkele zin om de taal vuil te maken om het vuil te beschrijven,' zei Adriaan van Dis vorige week in 'Zomergasten', een formulering die ik zo elegant vond dat ik hem direct overschreef. Voor proza gaat dat wellicht op, maar voor poëzie, bedacht ik me, niet - althans, niet in mijn opvatting daarvan. Want in poëzie beschrijf je het vuil niet, je geeft het vuil gestalte; je maakt de taal dus niet vuil, je maakt met taal het vuil.
zaterdag 18 augustus 2012
Notitie #29
De leegte als uitdrukking van het ultieme staat centraal in vrijwel alle beschrijvingen die Yra van Dijk in haar Leegte, leegte die ademt geeft van de functies van het typografische wit in de poëzie. Deze leegte was (en is) voor veel dichters het ultieme doel van de poëzie. Kenmerk van die leegte is vanzelfsprekend de afwezigheid van woorden; hooguit kan een overvloed aan woorden zorgen voor een vergelijkbare 'leegte', als een soort ruis, zoals dat in de taalopvatting van Samuel Beckett het geval is.
In een interview met dichter Claude van de Berge in Poëziekrant wordt juist het woord een nulpunt genoemd: "Het is innerlijk én uiterlijk. Het verbindt de oneindige binnenwereld met de oneindige buitenwereld. Het is dus een eenheid, een spiegelpunt dat een gelijkenis onthult. Het woord is een membraan dat de osmotische wisselwerking tussen innerlijkheid en oneindigheid geleidt. Dit spiegelzijn is het poëtische woord."
Dat is een mooie gedachte, zeker in het licht van het proefschrift van Yra van Dijk. Het levert echter in het geval van Claude van de Berge een poëzie op die mij te abstract is. 'Denkgezangen', noemt hij ze, en dat woord spreekt me aan omdat ik mijn eigen poëzie ook tegelijk meer 'denkend' en meer 'muzikaal' wil schrijven. Het is misschien een kwestie van smaak, regels als onderstaand zijn op zijn best ongrijpbaar, hoewel je met het bovenstaand citaat een heel eind kan komen in de interpretatie. Het is me té denkend; of eerder te zweverig, te los geraakt van de materiële wereld - en ook een beetje te theatraal, met die oeverpriesters en die wezensheelheid:
Het herscheppende versmelten van alle werelden
en wezens, in de gewijde openheid van het tempelpuin,
is het offer van onszelf aan het eindeloze.
Geleid door de windstem van de oeverpriesters.
De wezensheelheid stroomt als een rivier, helder
als de hemel op het voorhoofd.
En waar stem en bloem elkaar weerkaatsen in hun diepte,
zegt de oever: "Ik bewaar je sporen in mij."
En we roepen: "Ik ben teruggekeerd."
En de echo van onze roep gaat door alle ruimten.
- Claude van de Berge
In een interview met dichter Claude van de Berge in Poëziekrant wordt juist het woord een nulpunt genoemd: "Het is innerlijk én uiterlijk. Het verbindt de oneindige binnenwereld met de oneindige buitenwereld. Het is dus een eenheid, een spiegelpunt dat een gelijkenis onthult. Het woord is een membraan dat de osmotische wisselwerking tussen innerlijkheid en oneindigheid geleidt. Dit spiegelzijn is het poëtische woord."
Dat is een mooie gedachte, zeker in het licht van het proefschrift van Yra van Dijk. Het levert echter in het geval van Claude van de Berge een poëzie op die mij te abstract is. 'Denkgezangen', noemt hij ze, en dat woord spreekt me aan omdat ik mijn eigen poëzie ook tegelijk meer 'denkend' en meer 'muzikaal' wil schrijven. Het is misschien een kwestie van smaak, regels als onderstaand zijn op zijn best ongrijpbaar, hoewel je met het bovenstaand citaat een heel eind kan komen in de interpretatie. Het is me té denkend; of eerder te zweverig, te los geraakt van de materiële wereld - en ook een beetje te theatraal, met die oeverpriesters en die wezensheelheid:
Het herscheppende versmelten van alle werelden
en wezens, in de gewijde openheid van het tempelpuin,
is het offer van onszelf aan het eindeloze.
Geleid door de windstem van de oeverpriesters.
De wezensheelheid stroomt als een rivier, helder
als de hemel op het voorhoofd.
En waar stem en bloem elkaar weerkaatsen in hun diepte,
zegt de oever: "Ik bewaar je sporen in mij."
En we roepen: "Ik ben teruggekeerd."
En de echo van onze roep gaat door alle ruimten.
- Claude van de Berge
Labels:
claude van de berge,
samuel beckett,
yra van dijk
zondag 12 augustus 2012
Derde politieke notitie
Vanavond ben ik verzeild geraakt in een discussie met een aantal rechtse babyboomers: een halve jaargang Telegraaf + driekwart van het verkiezingsprogramma van de VVD (in het kwadraat want de vier waren het roerend eens), dit allemaal met een stelligheid alsof heel Nederland het verkeerd ziet behalve zij, waarbij ze direct experts zijn op het gebied van onderwijs, immigratie en het rechtssysteem.
Wat me tegenstaat zijn niet zozeer de meningen. Het zijn de clichés ('ik ben geen racist, maar...') en de gefrustreerde, verongelijkte en bijwijlen rancuneuze toon waarop een reeks open deuren wordt ingetrapt waar je het moeilijk mee oneens kunt zijn (onderwijs moet beter, er moet harder worden opgetreden tegen criminaliteit, etc.).
Medicijn tegen de, eh ja, walging, zijn deze dagen Garfunkel & Oates; die tegengesteld zijn in hun maatschappijkritiek en, belangrijker, dit intelligent, grappig en - nóg belangrijker - optimistsch verwoorden.
Discussies als deze werken als een virus. Ik moet mijn opvattingen en denkbeelden pregnanter en helderder verwoorden, te beginnen in mijn poëzie.
Wat me tegenstaat zijn niet zozeer de meningen. Het zijn de clichés ('ik ben geen racist, maar...') en de gefrustreerde, verongelijkte en bijwijlen rancuneuze toon waarop een reeks open deuren wordt ingetrapt waar je het moeilijk mee oneens kunt zijn (onderwijs moet beter, er moet harder worden opgetreden tegen criminaliteit, etc.).
Medicijn tegen de, eh ja, walging, zijn deze dagen Garfunkel & Oates; die tegengesteld zijn in hun maatschappijkritiek en, belangrijker, dit intelligent, grappig en - nóg belangrijker - optimistsch verwoorden.
Discussies als deze werken als een virus. Ik moet mijn opvattingen en denkbeelden pregnanter en helderder verwoorden, te beginnen in mijn poëzie.
maandag 6 augustus 2012
Citaat 6 augustus 2012
Now "happy" is something extremely subjective. One of our sillier Zemblan proverbs says: the lost glove is happy.
- Vladimir Nabokov (1899-1977)
Uit: Pale Fire (1962)
- Vladimir Nabokov (1899-1977)
Uit: Pale Fire (1962)
Abonneren op:
Posts (Atom)