dinsdag 20 september 2022

Notities #451-454

 451) 'Bodied', gebruikt als werkwoord, betekent het materialiseren van iets abstracts. Legacy Russell stelt dan ook in haar Glitch Feminism dat het lichaam ('body'  als werkwoord én als zelfstandig naamwoord) wordt gebruikt om een abstractie vorm te geven. Het lichaam is bij Russell altijd politiek, eenvoudigweg omdat lichamelijke kenmerken (huidskleur, sekse, seksuele oriëntatie) politiek worden ingezet.

452) Russell hecht grote waarde aan de digitale identitieit, omdat daarmee verschillende identiteiten kunnen worden verkend, los van de begrenzing van het lichaam. Die behoefte lijkt me heel verklaarbaar vanuit de zwarte, transgender en queer kunstenaars die ze bespreekt, omdat die in de 'concrete' wereld (Russell noemt dit 'AFK', de wereld van het toetsenbord) worden gemarginaliseerd. Zelfrealisatie, het 'zijn', is dan alleen mogelijk in de digitale realiteit. De kenmerken van het lichaam brengen de behoefte 'onlichamelijk' te zijn teweeg. 

453) De digitale identiteit is inderdaad al een realiteit. Vrijwel iedereen (in de westerse wereld) heeft er al één of meerdere. Er is geen weg terug, het zal alleen verder gaan. Een griezelige ontwikkeling: het gaat hier enkel om een realiteit van 'binnenuit'.

454) Het betoog van Russell is optimistisch: ze wijst op de mogelijkheden van de digitale realiteit en legt uit hoe de 'glitch' (de 'fout' in het systeem, het vastlopen van de machine) voor emancipatie (in de 'AFK'-wereld) kan zorgen. Aan de andere kant lijkt de relativering van het lichaam als drager van de identiteit (het leven) me gevaarlijk.

maandag 5 september 2022

Notitie #450

Void Studies van Rachael Boast is de uitwerking van de Etudes Néantes, een idee dat Arthur Rimbaud zelf nooit heeft uitgevoerd. Deze 'studies van de leegte' zouden moeten bestaan uit gedichten, die als muziekstukken zijn geschreven en als zodanig geen directe, concrete verwijzingen bevatten, maar enkel de 'abstracte ziel' van de dingen weergeven. Deze 'abstracte ziel', dus: de kern van het zijnde, is kennelijk volgens Rimbaud 'leeg'. 

Betreft het hier niet eenvoudigweg een elegante omschrijving van wat poëzie in het algemeen is? En had iemand de gedichten van Boast geïdentificeerd als 'void studies' als ze de bundel een andere titel had gegeven? 

Interessant in ieder geval is dat die kern bij Boast lijkt over te springen, van beeld naar beeld, van object naar object, en dat er geen spreker of observator lijkt te zijn. De stem in de gedichten is inderdaad als muziek. Een stem zonder lichaam.

maandag 22 augustus 2022

Notitie #449

Het oeuvre van Claude Cahun draaide (in ieder geval tot ver in de jaren '30) om de vraag wat identiteit is. Met de opmerking van Deborah Levy (dat vrouwelijkheid een maskerade is) in gedachten, is Cahuns gebruik van maskers interessant. Als ik het ene masker afzet, zegt ze, zet ik het andere op. 

Dat impliceert dat vrouwelijkheid (en gender in het algemeen) een sociaal construct is. Dat is het in zekere zin ook, maar gender is óók een biologisch gegeven. Cahun zette zich af tegen het stelsel van waarden en normen dat samenhangt met vrouwelijkheid, omdat ze werd gezien als vrouw, maar zich als non-binair identificeerde. Haar surrealisme is daar, als vanzelf lijkt wel, mee verbonden.

vrijdag 3 juni 2022

Notitie #448

Poetry is the subject of the poem, schrijft Wallace Stevens in gedicht XXII van The Man with the Blue Guitar. In het tweetalige Een blauwdruk voor de zon vertaalt Rein Bloem dat met: Dichten is de grondslag voor het gedicht. Dat is een wezenlijk andere bewering. 

Mogelijk baseert Bloem zich op secundaire literatuur (het is lang geleden dat ik Stevens' poëticale essay The necessary angel las), maar ook dan strookt zijn versie van de beginregel niet met de rest van het gedicht. Stevens heeft het hier niet over een actvititeit (het dichten), hij heeft het nadrukkelijk over een plek (poëzie), meer precies: over een afwezigheid (in de werkelijkheid en in het gedicht). 

Even verderop schrijft Stevens: there is// An absence in reality [...]. Bloem moet, door zijn beginregel, de dichter of lezer in het spel brengen: Is men// Afwezig in de werkelijkheid [...]. Daardoor wordt zijn vertaling een interactie tussen het gedicht, het dichten, de dichter en/of de lezer, waarbij men afwezig is. In het gedicht van Stevens draait het om de wisselwerking tussen de poëtische werkelijkheid (Poetry) en de tastbare werkelijkheid (Things as they are).

De juiste vertaling van de beginregel lijkt me letterlijk: poëzie is het onderwerp van het gedicht. Bloems vergissing (ik kan het moeilijk anders zien dan dat) lijkt voort te komen uit de gedachte dat poëzie en gedichten twee woorden voor hetzelfde zijn. Maar Stevens geeft in het gedicht voorbeelden van poëzie (sun's green/ Cloud's red, earth feeling, sky that thinks), 'things as they are' dus, die in de leegte van de werkelijkheid, en in de leegte van het gedicht, poëzie worden: hun ware gedaante verkrijgen. 

Stevens noemt dat in de slotregel mooi 'the universal intercourse'. Dat is veel méér dan Bloems 'alomvattend over en weer', het is letterlijk een 'intercourse', ze hebben gemeenschap met elkaar.

woensdag 18 mei 2022

Notitie #447

Roland Barthes beschrijft de (Parijse) striptease als een ritueel dat de vrouw als een 'object in disguise' moet verwezenlijken: het moment waarop zij volledig naakt is, is het moment waarop ze wordt gedeseksualiseerd. Een ritueel dat volgens Barthes wordt gedreven door [mannelijke] angst, een ritueel dat erotiek juist uitsluit: de dans verbergt de naaktheid, de edelstenen aan het ondergoed sluiten de toegang tot het lichaam af. Barthes noemt het een 'excorcisme van seks'.

vrijdag 13 mei 2022

Notities #444-446

444)

To amuse myself (there was no one else around) I began to think about the genre of the female nightdress in relation to plumbing. The one I was wearing was black silk and I suppose quite sensual in a generic way. I could promenade in it and I could masquerade in it, given that femininity was a masquerade anyway, I could see that black silk was a classic in the female nightwear genre.

Deborah Levy (1959), uit: The Cost of Living (2018)

De gedachte dat vrouwelijkheid een maskerade is, impliceert dat het 'vrouwelijke' geen deel uitmaakt van de ware identiteit van een vrouw. Er is bij Levy, terecht denk ik, een scheiding tussen de culturele en biologische identiteit, en tussen de sociale en private identiteit. Er is dus, meer bij vrouwen dan bij mannen, een 'ware' identiteit die door een masker wordt omhuld. 

445) Deze docu over Marilyn Monroe's onvoltooid gebleven laatste film Something's Got To Give (1962) maakt ongewild duidelijk hoeveel misogynie Monroe te verduren moet hebben gehad. Decennia na haar dood opent de docu doodleuk met de opmerking dat Monroe er ten tijde van Something's Got To Give weer goed uitzag, nadat ze in haar laatste fims 'overweight' was. In een andere, eveneens redelijk recente, docu over de film wordt Monroe's 36ste verjaardag tijdens de opnamen van de film aangewezen als het moment waarop Monroe zich realiseerde dat haar carrière ten einde liep omdat ze ouder werd. Zelf heeft ze zich bij mijn weten nooit in die zin uitgelaten. 

Als de filmbeelden iets laten zien, dan is het dat Monroe een uitzonderlijke actrice was, die het duidelijk niet alleen van haar uiterlijk hoefde te hebben. 

Bijzonder tragisch is dat Monroe's (mentale en fysieke) problemen tijdens het filmen van Someting's Got To Give haar werden aangerekend. Met name bij de outtakes en de foto's van het verjaardagsfeestje na een draaidag is het mentale wrak zichtbaar. In ieder geval voor ons, omdat we weten wat volgde.

446) Marilyn Monroe werd uiteindelijk ontslagen door de studio maar ze vocht dat ontslag (succesvol) aan. In die tijd schreef ze [in een brief aan Robert Kennedy] dat ze als 'earthbound star' het recht verdedigde 'to twinkle'.

donderdag 5 mei 2022

Notities #441-443

441) J. formuleerde vrij precies mijn valkuil in het schrijfproces, een valkuil die voortkomt uit de vraag hoe een idee valt te realiseren. Het idee komt uit je, zegt hij, en zodra het uit je is, is het iets anders, namelijk iets dat buiten de maker bestaat. De vraag voor de dichter is dus niet: hoe zorg ik ervoor dat het idee wordt wat ik ervan wil, maar eerder: wat wil het idee en hoe zorg ik ervoor dat hier recht aan wordt gedaan? 

442) De gedachte dat de dichter enkel een medium is, dat een gedicht door iets externs (of het onderbewuste) wordt 'doorgegeven', vind ik mooi, De kunst is vooral: open staan, tijd nemen, en dat externe (of dus het onderbewustzijn) zo veel mogelijk ruimte geven.

443) Discussie met F. over de vraag of de moraal een plek heeft in de kunst (hij verwijt 'mijn' generatie dichters moralistisch te zijn). Ik vind zijn standpunt sympathiek ('kunst is autonoom en daarom niet de plek voor moraliteit'), maar hij heeft me niet kunnen overtuigen dat mijn houding ('je ontkomt niet aan je eigen wereldbeeld en perspectief') onjuist is. 

Du Perrons Het Land van Herkomst gold in het gesprek als voorbeeld - zowel de opmerkingen die Mieke Bal er eens over had (zij beschuldigde Du Perron van seksisme en racisme) als de conclusie van het boek (de auteur besluit mee te lopen in een communistische demonstratie tegen het fascisme). In het eerste geval is de roman (onbewust) immoreel, in het tweede (bewust) moreel.

Als kunst autonoom is, en in principe zonder moraal, dan is dat buiten de maker om gerekend. F. formuleert misschien een consequentie van J.'s opvatting van het schrijven.