zondag 5 oktober 2014

Notities #132-134

132) In een interview tijdens Literature Late Night in Den Haag vertelde Niña Weijers dat de redacteur het essay over Bas Jan Ader eigenlijk uit De consequenties had willen hebben, maar dat ze erop had gestaan dat het erin bleef. Voor beide standpunten valt iets te zeggen. Het is niet door een personage geschreven, het is dus een plek waar de auteur heel dwingend aangeeft hoe de roman geïnterpreteerd moet worden. Als zodanig is het geslaagd. Als essay is het verder aan de magere kant: ze zegt er niet veel meer in dan wat algemeen bekend is over Ader. Ze had de strekking van het essay prima impliciet kunnen laten. Tegelijk vind ik dat vreemde, ongerijmde wel mooi - en vind ik dat ze daar wel verder in had mogen gaan.

133) F. stelde laatst dat ze zich had geërgerd aan het ‘seksistische’ in mijn poëzie. Ik zou zelf het woord ‘seksistisch’ niet gebruiken maar begrijp haar ergernis wel.

Door hun seksualiteit worden man en vrouw voor elkaar ‘de ander’. Ik zou ‘seksisme’ definiëren als het de vrouw beschouwen als minderwaardig vanwege haar vrouw-zijn. Anderzijds kun je de drang de vrouw te bezitten (wellicht zelfs te overheersen) beschouwen als ‘seksistisch’. Van het eerste is in mijn poëzie m.i. geen sprake. Van het tweede wel.  Het eerste is namelijk de ontkenning (of opheffing) van ‘het heilige vrouwelijke’; het tweede de bevestiging ervan. Die tweede vorm van ‘seksisme’ is te beschouwen als een vorm van eerbied, van mateloze liefde (vgl. Du Perrons Het land van herkomst).  

134) Emil Cioran omarmt in zijn essay ‘De omgang met mystici’ de tegenstrijdigheden in het werk van de grote mystici. Hij fulmineert tegen interpretaties van het werk die daar eenheid in willen brengen. Hij noemt dat ‘systeemdwang’: “Angelus Silesius houdt zich […] minder bezig met God, dan met zijn God. […] De één zowel de ander slooft zich uit om de uitspraken netjes op orde te brengen […]. Ze willen weten wat hun auteur dacht van de eeuwigheid en van de dood, systeemfanaten die ze zijn. Wat hij ervan dacht? Van alles en nog wat! Het waren zijn eigen, persoonlijke en absolute ervaringen. Zijn God is nooit afgerond, altijd onaf en veranderlijk.”

woensdag 24 september 2014

Notitie #131

Meer dan een nieuw begin was de afgelopen Nacht van de Poëzie een afscheid: het afscheid van een generatie. Alleen Remco Campert deed dat expliciet, maar de andere oudere dichters oogden eveneens ‘aan het eind van alles’. 

De poëzie van de middelbare en jonge dichters op het podium sloot eigenlijk volledig aan bij de traditie die in de tweede helft van de twintigste eeuw in zwang is geraakt. Dat is, gezien de grote veranderingen (maatschappelijk, technologisch) in pakweg het afgelopen anderhalve decennium, merkwaardig. Waarom is de hedendaagse 'avant-garde' (die heus wel bestaat) zo weinig invloedrijk? Waarom zitten we nu nog steeds met de poëzie uit de twintigste eeuw?

maandag 15 september 2014

Notitie #130

De familie Joad raakt in John Steinbecks The grapes of wrath alles kwijt als gevolg van de economische omstandigheden tijdens de Great Depression. Het boek leest als een aanklacht tegen het onrechtvaardige economische systeem en de perverse aard van de mens, die primair is gericht op zelfbehoud.

Wanneer de familie Joad haar laatste bezittingen moet achterlaten in een truck die in een vloed (als gevolg van noodweer) vastzit, zoeken ze een plek om tenminste droog te worden. Ze gaan een stal binnen. Daar treffen ze een man aan, die al meer dan zes dagen niet heeft gegeten omdat hij zijn zoontje al het voedsel heeft laten opeten. Hij is stervende. De dochter van de familie, Rose of Sharon, is juist bevallen van een kind dat al voor de geboorte (waarschijnlijk vanwege voedselgebrek) is gestorven.

Dan gebeurt dit:

Rose of Sharon loosened one side of the blanket and bared her breast. “You got to,” she said. She squirmed closer and pulled his head close. “There,” she said. “There.” Her hand moved behind his head and supported it. Her fingers moved gently in his hair. She looked across the barn, and her lips came together and smiled mysteriously.

Hier eindigt het boek.

Het woord ‘mysteriously’ maakt de passage inderdaad mysterieus. Wat gebeurt hier? Ook zonder dat woord is de passage betekenisvol. Het verwijst naar de Romeinse mythe van Pero, die haar tot de hongerdood veroordeelde vader Cimon in leven houdt door hem borstvoeding te geven. 

De handeling vindt plaats op een dieptepunt. De familie heeft als een stel ratten moeten vluchten voor het water en ze hebben letterlijk alles verloren. Herhaaldelijk wordt in het boek gesteld dat de rijken beter voor hun paarden zorgen dan voor hun medemens. Het zogen van de stervende man in een stal is in wezen een dierlijke handeling, en daarmee schrijnend. 

Toch heeft de familie haar waardigheid niet verloren. Rose of Sharon, in de roman helemaal niet zo’n sympathiek personage, blijkt juist op dit dieptepunt in staat tot deze ultiem onzelfzuchtige handeling. De mens is in de kern goed, lijkt Steinbeck hiermee uit te drukken.

Maar dan het woord 'mysteriously'. Wat heeft Rose of Sharons mysterieuze lach te betekenen? Het tafereel speelt zich in een stal af. Is dat een verwijzing naar de geboorte van Christus? Zegt Steinbeck ermee dat hier toch nog sprake is van een geboorte? Het geloof speelt in de roman alleen zijdelings een rol. Maar het lijkt erop dat God in de allerlaatste alinea van de roman alsnog het heft in handen neemt. Een heel subtiel deus ex machina.

zaterdag 30 augustus 2014

Notities #128-129

128) Ik wil af van het 'parlando' in mijn poëzie. Parlando wekt de suggestie dat het gedicht een gedachtegang is, een beredeneerd betoog, maar een gedicht is dat in werkelijkheid (als het goed is) hooguit deels; het is ook (en vooral, wat mij betreft) een beeldende kunst - en muziek. Lucebert, bijvoorbeeld, was in zijn beste momenten tegelijk muzikaal en beeldend. En ik bewonder het muzikale in vooral de latere poëzie van Adonis.

129) De film Bird people deed me denken aan een opmerking die J. jaren geleden eens maakte en waar ik nog vaak aan moet denken: dat het mooi is als een gedicht steeds verder ontspoort en op een heel andere plek eindigt dan waar het begon. De grillige techniek en de bizarre wending wordt (afgaande op bijvoorbeeld deze recensie en de reacties die ik na de film beluisterde) maar matig gewaardeerd - en volgens mij niet begrepen. De filmmaker (Pascale Ferran) neemt de vrijheid die in de film wordt bezongen: coherentie en logica zijn ondergeschikt.

dinsdag 26 augustus 2014

Notitie #127

De regelmatig waargenomen apolitieke houding wordt betreurd: ‘[De jonge dichters] zouden zich best wat bewuster mogen zijn van de tijd waarin ze leven.’

Deze opmerking van Frank Keizer las ik hier.

Ik denk niet dat ik tot de generatie hoor waar hij over spreekt, toch voel ik me enigszins aangesproken. Het voelt althans soms vreemd om in dit tijdsgewricht te proberen ‘het goddelijke’ een stem te geven.

Mijn weerstand richt zich tegen het verwijt van een ‘apolitieke’ houding. Keizer verbindt het zich bewust zijn van de wereld rechtstreeks met een politieke interesse of positie. Ik vraag me af of dat klopt. Is iemand die overtuigd en beargumenteerd op – laten we zeggen – de SP stemt zich bewuster van de tijd waarin we leven dan iemand die tijdens de avondwandeling naar – laten we zeggen – het ruisen van de bomen luistert?

Als je 'de tijd waarin we leven' politiek definieert wel, natuurlijk. Maar dat is juist mijn punt. De 'regelmatig waargenomen apolitieke houding' van de huidige generatie dichters is niet zo betreurenswaardig - als de poëzie tenminste op een andere manier relevant is. 

En volgens mij wringt hem daar de schoen. Veel hedendaagse poëzie is gericht op het spel met taal, zonder dat het zich er echt van bewust lijkt te zijn dat een spel met taal een spel met de werkelijkheid inhoudt. De hele werkelijkheid, het - om het zo maar te noemen - 'Zijn'. 

Dat zou betekenen dat de andere gesignaleerde problemen (het ontbreken van een kritisch discours, de beperkte rol van de poëtische traditie) veel verder reiken dan de betreurde apolitieke houding.

dinsdag 5 augustus 2014

Notitie #126

In een gesprek met E. over fotografie had ik het laatst over Michel Tourniers De Elzenkoning. In een prachtige passage werkt Tournier - via het hoofdpersonage Tiffauges - de gedachte uit dat een fotograaf de ziel van de gefotografeerde steelt. E. was het daarmee eens; mij bevalt de gedachte vooral omdat het een magische gedachte is. Maar het klopt. Het ‘misdadige’ zit hem er vooral in dat de afbeelding een willoze, weerloze - en in die zin dode - versie is van degene die wordt afgebeeld.

De Tsjechische fotograaf Miroslav Tichý fotografeerde de vrouwen in zijn woonplaats stiekem, volgens de catalogus Het onvermoeibaar epos omdat hij geïntimideerd werd door hun aanwezigheid. Hij bewerkte de foto’s met o.a. potlood en op deze manier 'herschiep' hij de vrouwen naar eigen inzicht. In het licht van bovenstaand is dat een haast morbide activiteit. Maar het is wat alle kunst doet.

zaterdag 2 augustus 2014

Citaat 2 augustus 2014

People like you need to fuck people like me

- Tracey Emin (1963)
Uit: The art of Tracey Emin (2002)