De Tuinen van Monet stellen de vraag naar de relatie tussen kunst en werkelijkheid op een heel dwingende manier. Met name rond de vijver met de befaamde waterlelies zijn de Tuinen ontzettend rijk aan kleuren en schakeringen - net als de rest van het dorp trouwens: Giverny is een grote, bebouwde tuin met zoveel planten en bloemen dat het zelfs mij, iemand zonder bijzondere belangstelling voor flora, duizelt.
Monet heeft zijn tuinen intensief geschilderd, in de volle wetenschap dat zijn weergave alleen een momentopname kan zijn, en alleen al daardoor ontoereikend, want een verarming ten opzichte van de echte Tuin - die per seconde, en per stap, een ander uiterlijk heeft. Hoezeer ik Monets schilderijen ook bewonder, sommige van zijn werken behoren tot mijn favoriete schilderijen, de Tuinen hebben in het echt (niet op de foto’s ervan!) een magie die ik in de schilderijen maar zelden heb ervaren.
Waar was Monet naar op zoek? De ultieme lichtval, lijkt me. Het sublieme detail. Of preciezer: de juiste impressie, waarmee het geheel wordt opgeroepen. Dezelfde ontoereikendheid geldt volgens mij voor alle kunst, die immers wel kan proberen het leven als totaalervaring weer te geven, maar nooit verder zal komen dan de benadering ervan.
En bovendien: het is maar zeer de vraag of ik de magie van de Tuinen ook zo had ervaren als ik de schilderijen niet had gekend. Monet wijst in zijn schilderijen op details en leert daarmee zijn toeschouwer kijken. Hij maakt die details bovendien bijzonder door bijvoorbeeld het perspectief dat hij kiest. Het bootje dat hij schilderde (en dat in de Tuinen nog steeds in het water ligt) was zonder het schilderij niets anders dan een bootje geweest.
woensdag 16 juli 2014
maandag 7 juli 2014
Notities #118-119
118) Het pentagram (vijfpuntige ster) symboliseert
volmaaktheid en de universele of kosmische mens, aldus mijn exemplaar van De Symbolengids. In Dan Browns De Da Vinci Code wordt deze notie aangevuld:
‘Het pentagram’,
verduidelijkte Langdon,’is een voorchristelijk symbool, dat betrekking heeft op
de natuurverering. Onze verre voorouders stelden zich voor dat de wereld uit
twee helften bestond, de mannelijke en de vrouwelijke. […] ‘Het pentagram staat
voor de vrouwelijke helft van alles, een concept dat door godsdiensthistorici “het
heilige vrouwelijke” of “de godin” wordt genoemd.”
Even verderop legt het personage van Brown uit dat hetzelfde
symbool, onder invloed van de katholieke kerk, die de heidense religieuze
symbolen demoniseerde, een symbool werd van het Kwaad. Zo werd het pentagram
het teken van de duivel.
119) Sufjan Stevens bouwt zijn muziek op uit patronen, die
structuren worden. Die structuren blijven over meerdere nummers intact. Het is een type muziek dat zich vooral in het onderbewuste afspeelt. Dit lijkt me een voortzetting van het 'fugatisch schrijven' waar ik het in notitie #117 over had.
dinsdag 24 juni 2014
Notities #116-117
116) ‘Proef deze eens,’ zei hij dreigend, ‘het is een andere wijn.’ Het is een bijna onopvallend zinnetje uit Het grote vuur van Cesare Pavese en Bianca Garufi. Zo’n bijvoeglijke bepaling als ‘dreigend’ zou ik zelf niet zo snel toevoegen: volgens ‘show don’t tell’ zou ik dat dreigende eerder uit een handeling laten blijken, of desnoods uit hetgeen gezegd wordt. Het woord is hier door Pavese prachtig geplaatst in een alledaags tafelgesprek over wijn. De mengeling van antipathie en angst van de hoofdfiguur voor de spreker (de stiefvader van de vriendin van de hoofdfiguur) blijkt ook uit andere beschrijvingen, maar het woordje ‘dreigend’ uit deze zin is er het centrum van: het bereik van dat ene woordje reikt tot ver buiten het hoofdstuk.
117) Fugatisch schrijven: niet alleen het bezwerende van herhalingen, maar ook de verschuiving van de betekenis van de herhaalde regel, al naar gelang de context verschuift. De kunst is een regel te schrijven als het thema van een symfonie, met daar omheen regels die in dienst van dat thema staan.
117) Fugatisch schrijven: niet alleen het bezwerende van herhalingen, maar ook de verschuiving van de betekenis van de herhaalde regel, al naar gelang de context verschuift. De kunst is een regel te schrijven als het thema van een symfonie, met daar omheen regels die in dienst van dat thema staan.
zondag 8 juni 2014
Notitie #115 - aanvulling
De berichtgeving in de Nederlandstalige media over de performance van Deborah de Robertis varieert van laatdunkend naar ongegeneerd seksistisch, waarbij soms ook een verdraaide voorstelling van zaken wordt gegeven. Lees o.a. de commentaren op Nu.nl, Geenstijl.nl, Clint.be en Ad.nl.
Wat zegt deze reactie over de journalistiek, en meer in het algemeen de maatschappij, als de kunstenares ogenblikkelijk als 'knotsgek' [Clint.be] wordt weggezet en dus niemand zich serieus bezighoudt met de ongemakkelijke, maar fundamentele vragen die de kunstenares expliciet opwerpt?
Dit type reacties, dat kan niet anders, heeft De Robertis voorzien. Het filmpje is overigens weer online, onder de titel 'Vagina activism' [inmiddels weer verwijderd van Youtube, hieronder via Vimeo]. Je kunt de performance inderdaad opvatten als een vorm van activisme. De persreacties zijn in dat licht veelzeggend.
Gustav Klimt stelde: 'Alle kunst is erotisch'. Georges Bataille stelde: 'Erotiek is geweld'.
Wat zegt deze reactie over de journalistiek, en meer in het algemeen de maatschappij, als de kunstenares ogenblikkelijk als 'knotsgek' [Clint.be] wordt weggezet en dus niemand zich serieus bezighoudt met de ongemakkelijke, maar fundamentele vragen die de kunstenares expliciet opwerpt?
Dit type reacties, dat kan niet anders, heeft De Robertis voorzien. Het filmpje is overigens weer online, onder de titel 'Vagina activism' [inmiddels weer verwijderd van Youtube, hieronder via Vimeo]. Je kunt de performance inderdaad opvatten als een vorm van activisme. De persreacties zijn in dat licht veelzeggend.
Gustav Klimt stelde: 'Alle kunst is erotisch'. Georges Bataille stelde: 'Erotiek is geweld'.
NSFW: Performance Artist Reenacts the Painting 'The Origin Of The World' from artFidoVideo on Vimeo.
Labels:
deborah de robertis,
georges bataille,
gustav klimt
woensdag 4 juni 2014
Notitie #115

Vorige week ontblootte de Luxemburgse kunstenares Deborah de Robertis in Musée d’Orsay in Parijs haar geslacht bij het schilderij l’ Origin du monde van Gustave Courbet. Dit was onderdeel van haar performance Mirroir d’origine. Het schilderij is me dierbaar, o.a. vanwege het provocatieve karakter ervan. Ik schreef er hier uitgebreider over.
Het filmpje dat ervan is gemaakt, is inmiddels van Youtube verwijderd. Ik heb het op tijd gezien: het toont hoe de kunstenares in een gouden jurkje naar het schilderij loopt, voor het hekje met haar gezicht naar de zaal op de grond gaat zitten, hoe ze haar geslacht laat zien door haar gouden jurkje omhoog te trekken – en vervolgens de consternatie die in de zaal ontstaat.
Het geluid van het filmpje is mooi: men hoort de geluiden uit de museumzaal onder de zang van Maria Callas’ uitvoering van Schuberts Avé Maria en een monotone, vrouwelijke spreekstem die een gedicht voordraagt:
Je suis l’origine
Je suis toutes les femmes
Tu ne m’as pas vue
Je veux que tu me reconnaisses
« Vierge comme l’eau créatrice du sperme. »
Je suis l’origine: ik ben de oorsprong, of: ik ben het origineel.
Er gebeurt in de paar minuten van de performance duizelingwekkend veel. Voor een uitgebreid verslag (+ interpretatie) verwijs ik naar deze site.
Interessant is in de eerste plaats wat er gebeurt: de kunstenares fungeert als de ‘dubbeling’ van het schilderij van Courbet. Maar in tegenstelling tot het model van Courbet opent ze haar geslacht. Ze roept dezelfde vragen op als het schilderij maar pregnanter, en ze roept nog veel méér vragen op, o.a. over mannelijkheid-vrouwelijkheid (een man die in het openbaar zijn geslacht ontbloot is vooral intimiderend, een vrouw vooral kwetsbaar); over de relatie tussen kunst en werkelijkheid, over de grenzen tussen intimiteit, sex en pornografie, over de zeden en de wet, etc. Ze stelt deze vragen aan het schilderij van Courbet, aan de museumbezoekers, aan de kunst in het algemeen en aan de maatschappij.
Door de muziek en het gedicht hoort men de geluiden uit de zaal. Een enkele bezoeker (of is het een suppoost?) roept: ‘Non, non, non!’, maar het overgrote merendeel van de aanwezigen applaudiseert en moedigt haar aan. Een vrouwelijke suppoost gaat voor haar staan, met haar been tussen de benen van de kunstenares om het zicht te blokkeren. Even later komt ook een mannelijke suppoost en samen beginnen ze de zaal te ontruimen. Opvallend: de suppoosten zijn ingehuurd om de kunst te beschermen maar in dit geval maken ze de kunst juist onmogelijk. Herkenden ze het niet als kunst, of is het pas kunst als het volgens de afgesproken procedures verloopt? Natuurlijk kan ook gesteld worden dat ze onderdeel zijn van het kunstwerk.
Het verslag waar ik eerder naar linkte legt nog veel meer (en complexere) verbanden, waaronder die van het vrouwelijk geslacht en het oog; de kunstenares als engel (het gouden jurkje) en de suppoost als de engel des doods.
Qui est l’objet : la femme ou le tableau ?
Qui est le maître, qui est l’élève ?
Qui est l’original qui est la copie ?
Qui est l’ange blanc, qui est l’ange noir ?
dinsdag 3 juni 2014
Notitie #114
De liveplaat Motion sickness (2006) van Bright Eyes wordt afgesloten met een cover van ‘The biggest lie’ van Elliott Smith. Zanger Conor Oberst zingt het nummer met het vibrato dat in die tijd een beetje zijn handelsmerk was, maar dan extreem vet aangezet. Eigenlijk helpt hij daar het nummer mee om zeep, want het liedje drijft op de heldere, melancholische stem van Smith - en de wat dromerige melodie op de stuwende countrybegeleiding. In de versie van Bright Eyes is het liedje nogal sloom en (vooral) naargeestig.
Op Youtube staan de beelden bij dezelfde uitvoering: de bandleden dragen een Halloweenkostuum. Het verhaal wil dat de opname is gemaakt op de avond dat bekend werd dat Smith was overleden (wat kan kloppen want hij stierf als ik me niet vergis rond Halloween) en dat dit een spontane uitvoering van ‘The biggest lie’ was. Conor Oberst draagt een soort Pierlala-pak. Mogelijk drukt hij zijn schatplichtigheid aan Elliott Smith uit door in de cover zijn eigen stijl tot in het extreme door te voeren. Mogelijk ook speelt Oberst de rol van de Dood en doet hij Smith op deze manier uitgeleide.
zondag 1 juni 2014
Notitie #113
In Girards God en geweld wordt ingegaan op de godheid in het werk van Hölderlin in de periode vlak voordat hij in 1806 waanzinnig werd:
De slingerbeweging van de god en het niets in de relatie tussen Hölderlin en het andere kan in poëtische, mythische, quasi religieuze vormen worden uitgedrukt, maar ook in een perfect rationele vorm, die tegelijkertijd de meest bedriegende en onthullende is: de brieven aan Schiller beschrijven zeer helder hoe het model van de begeerte een obstakel en een rivaal wordt. [p. 157].
In de voorgaande pagina’s zet Girard het principe van het kudos uiteen, ‘de hoogste en onbestaande inzet van een onderling gevecht tussen de mensen’. Het kudos is het meest begerenswaardige (d.i., een goddelijke status), dat echter voor mensen slechts tijdelijk te verwerven valt - vergelijkbaar met een sportprijs. De mens is beurtelings god en onderdaan. Hölderlin verwoordt dat o.a. als volgt:
Met enige melancholische vreugde zie ik mezelf terug, toen ik er alleen aan maar dacht om een tedere glimlach te bedelen, om me te geven, om me aan de eerste de beste over te leveren! Ach! Hoe vaak heb ik gedacht het Onuitsprekelijke te vinden, te bezitten, omdat ik eenvoudigweg helemaal in mijn liefde durfde op te gaan!
De slingerbeweging van de god en het niets in de relatie tussen Hölderlin en het andere kan in poëtische, mythische, quasi religieuze vormen worden uitgedrukt, maar ook in een perfect rationele vorm, die tegelijkertijd de meest bedriegende en onthullende is: de brieven aan Schiller beschrijven zeer helder hoe het model van de begeerte een obstakel en een rivaal wordt. [p. 157].
In de voorgaande pagina’s zet Girard het principe van het kudos uiteen, ‘de hoogste en onbestaande inzet van een onderling gevecht tussen de mensen’. Het kudos is het meest begerenswaardige (d.i., een goddelijke status), dat echter voor mensen slechts tijdelijk te verwerven valt - vergelijkbaar met een sportprijs. De mens is beurtelings god en onderdaan. Hölderlin verwoordt dat o.a. als volgt:
Met enige melancholische vreugde zie ik mezelf terug, toen ik er alleen aan maar dacht om een tedere glimlach te bedelen, om me te geven, om me aan de eerste de beste over te leveren! Ach! Hoe vaak heb ik gedacht het Onuitsprekelijke te vinden, te bezitten, omdat ik eenvoudigweg helemaal in mijn liefde durfde op te gaan!
Abonneren op:
Posts (Atom)