87) Mooi citaat van T.: "Ik ervaar het als vervreemdend hoe geïsoleerd boeken kunnen zijn: je leest dan over een enkel ding zoals liefdesverdriet alsof dat het enige is wat een persoon bezighoudt. Als zulke literatuur iets over mensen zou zeggen, zouden we allemaal emotionele pantoffeldiertjes zijn met één probleem. En meestal is dat probleem dat jij iemand leuk vindt en diegene jou niet."
Het zegt iets over zijn ambitie als schrijver. Tegelijk zou ik daar tegenin brengen dat literatuur vooral werkt wanneer het een focus heeft. De keuze voor één thema is natuurlijk uit noodzaak, je kunt alleen echt iets over een onderwerp zeggen als je het isoleert van de andere onderwerpen. Maar T. had kennelijk niet zozeer de ambitie iets over een onderwerp te zeggen, maar om het leven als geheel te vatten.
88) "Het zijn perverteert het niet-zijn". Met dit citaat vat Ger Groot de filosofie van Emil Cioran samen. De gedachte spreekt me aan - ondanks, of misschien juist dankzij de negatieve formulering - omdat het (denk ik) het ultieme als ‘het niets’ voorstelt. Daarom streven zoveel dichters naar het wit, en zoveel componisten naar de stilte.
89) De etymologie van de namen Lucifer en Satan is enigszins verwarrend; duidelijk is in ieder geval dat oorspronkelijk geen van beide een eigennaam van de duivel is, hoewel beide aanduidingen tegenwoordig wel als zodanig worden ingezet. Door de letterlijke betekenis van Lucifer, ‘lichtbrenger’, zou je hem zelfs eerder associëren met Jezus Christus (zoals dikwijls ook gebeurt).
zondag 24 november 2013
Notities #87-89
donderdag 14 november 2013
Notitie #86
De Amerikaanse dichter Jack Spicer claimde dat zijn gedichten hem door 'Marsmannetjes’ werd gedicteerd. Herman Gorter wachtte toen hij de Verzen schreef met schrijven tot hij de gedichten hoorde, en als hij ophield met schrijven was dat, zei hij, ‘omdat mijn oren óp zijn’. Jeanne d’Arc hoorde de stemmen van twee heiligen, de God Aiwass dicteerde Aleister Crowley het Book of the Law.
Zelf zou ik niet zo snel zeggen dat mijn gedichten me gedicteerd worden, maar ik durf wel te stellen dat de stem in de gedichten die ik in het afgelopen jaar heb geschreven niet de mijne is. Het is wel degelijk een externe stem, en ik hoor die stem als ik schrijf (al heb ik hem nog niet precies genoeg kunnen reproduceren). De gedachte dat ik die stem heb verzonnen is minstens zo vreemd als de gedachte dat er iets of iemand is die me mijn gedichten dicteert.
Zelf zou ik niet zo snel zeggen dat mijn gedichten me gedicteerd worden, maar ik durf wel te stellen dat de stem in de gedichten die ik in het afgelopen jaar heb geschreven niet de mijne is. Het is wel degelijk een externe stem, en ik hoor die stem als ik schrijf (al heb ik hem nog niet precies genoeg kunnen reproduceren). De gedachte dat ik die stem heb verzonnen is minstens zo vreemd als de gedachte dat er iets of iemand is die me mijn gedichten dicteert.
Labels:
aleister crowley,
herman gorter,
jack spicer,
jeanne d'arc
vrijdag 8 november 2013
Notitie #85
T.’s dood is eenvoudigweg niet te accepteren.
‘We moeten nú leven, nú genieten, nú elkaar beminnen’. Iets dergelijks zei Ramsey Nasr tijdens de uitvaart en hoewel het werkelijk het enige is dat nog te zeggen valt bij een dergelijke dood, is mijn voornaamste reactie daarop: ‘O ja? En waarom dan wel?’
Wonderlijk genoeg formuleerde T. zelf een antwoord, in een interview met Passionate, een citaat dat deze week werd herplaatst op Das Magazin:
‘Het heeft geen zin je te verdiepen in de zinloosheid van het bestaan. Het is de bedoeling dat je zelf zin geeft, op een zo goed mogelijke manier.’
Op Facebook noemde iemand dit type uitspraken ‘onnozel’, een opmerking waar ik kwaad over ben geworden want ze zijn dat alleen oppervlakkig gezien. T. kwam, dat weet ik zeker, pas tot dit soort uitspraken nadat hij ze had doorleefd. Natuurlijk heeft hij gelijk. En ‘zin geven’, dat betekent voor mij in dit geval: schrijven. Er is echt geen andere optie. Schrijven, hoe dan ook. Hoe futiel dan ook. Met welk doel dan ook.
‘We moeten nú leven, nú genieten, nú elkaar beminnen’. Iets dergelijks zei Ramsey Nasr tijdens de uitvaart en hoewel het werkelijk het enige is dat nog te zeggen valt bij een dergelijke dood, is mijn voornaamste reactie daarop: ‘O ja? En waarom dan wel?’
Wonderlijk genoeg formuleerde T. zelf een antwoord, in een interview met Passionate, een citaat dat deze week werd herplaatst op Das Magazin:
‘Het heeft geen zin je te verdiepen in de zinloosheid van het bestaan. Het is de bedoeling dat je zelf zin geeft, op een zo goed mogelijke manier.’
Op Facebook noemde iemand dit type uitspraken ‘onnozel’, een opmerking waar ik kwaad over ben geworden want ze zijn dat alleen oppervlakkig gezien. T. kwam, dat weet ik zeker, pas tot dit soort uitspraken nadat hij ze had doorleefd. Natuurlijk heeft hij gelijk. En ‘zin geven’, dat betekent voor mij in dit geval: schrijven. Er is echt geen andere optie. Schrijven, hoe dan ook. Hoe futiel dan ook. Met welk doel dan ook.
woensdag 16 oktober 2013
zaterdag 28 september 2013
Notitie #84
Nietzsche vatte de werkelijkheid op als een vrouw, vanwege haar veranderlijkheid, en haar onkenbaarheid. Kennelijk was hij voortdurend bezig zaken in te delen in mannelijk en vrouwelijk (Duitsland was mannelijk bij hem, Frankrijk vrouwelijk). Het is misschien een wat seksistische notie, of in ieder geval is het duidelijk vanuit de heteroseksuele man geredeneerd, maar de gedachte bevalt me (misschien omdat ik zelf een heteroseksuele man ben?). Elders noteerde Nietzsche: ‘We hebben vrouwen lief in de mate waarin ze ons vreemd zijn’ (Ger Groot, p. 104).
Elders noteert Groot over Nietzsche: “Het gaat in de filosofie niet om de waarheid, schrijft hij in […] Die fröhliche Wissenschaft, maar om de gezondheid. Het gaat zelfs niet om de waarheid van de gezondheid of om de waarheid dat ‘er geen waarheid is’, dat er ‘slechts schijn is’, maar om het inzicht dat waarheid en schijn hetzelfde zijn en vragen om een nieuwe moraal die werkelijk met de illusie als illusie leven kan.”
Op een bepaalde manier lijkt de gedachte dat de werkelijkheid een vrouw is me daar een voorbeeld van.
Elders noteert Groot over Nietzsche: “Het gaat in de filosofie niet om de waarheid, schrijft hij in […] Die fröhliche Wissenschaft, maar om de gezondheid. Het gaat zelfs niet om de waarheid van de gezondheid of om de waarheid dat ‘er geen waarheid is’, dat er ‘slechts schijn is’, maar om het inzicht dat waarheid en schijn hetzelfde zijn en vragen om een nieuwe moraal die werkelijk met de illusie als illusie leven kan.”
Op een bepaalde manier lijkt de gedachte dat de werkelijkheid een vrouw is me daar een voorbeeld van.
zondag 15 september 2013
Notitie #83
Volgens Friedrich Wilhelm Schelling, lees ik bij Safranski, is God het alomvattende begrip van het hele zijn. De grond (de oorsprong, en de substantie) van God kan dus niets anders zijn dan Hijzelf. Schelling gaat echter een stap verder door te beweren dat God zijn grond heeft in wat in God zelf niet God zelf is. Hij heeft het in dit verband over de afgrond van God, waaruit de nog onvoltooide, zich ontwikkelende God als in een natuurproces evolueert.
De notie van wat in God zelf niet God is doet wat geforceerd aan, maar komt wonderlijk overeen met het gat in de zon van Bataille, wat ik een sterk beeld van het kwaad vind. Het idee dat God aan ontwikkeling onderhevig is, spreekt me aan.
Safranski merkt in zijn behandeling van Schelling op: “[Schelling] vertelt ons ook over een God die op zoek is naar zichzelf. Een God wiens zelfwording tegelijk een waar-wording van de natuur is, een ontluiken van de natuur tot haar ware gedaante, zoals een bloem ‘ontluikt’. De schepping is dus niet in den beginne al goed, maar ze moet het nog worden. En daarbij geldt het principe: “Als iets goeds niet iets overwonnen kwaads in zich bergt, is het geen reëel en levend goed.”’
De notie van wat in God zelf niet God is doet wat geforceerd aan, maar komt wonderlijk overeen met het gat in de zon van Bataille, wat ik een sterk beeld van het kwaad vind. Het idee dat God aan ontwikkeling onderhevig is, spreekt me aan.
Safranski merkt in zijn behandeling van Schelling op: “[Schelling] vertelt ons ook over een God die op zoek is naar zichzelf. Een God wiens zelfwording tegelijk een waar-wording van de natuur is, een ontluiken van de natuur tot haar ware gedaante, zoals een bloem ‘ontluikt’. De schepping is dus niet in den beginne al goed, maar ze moet het nog worden. En daarbij geldt het principe: “Als iets goeds niet iets overwonnen kwaads in zich bergt, is het geen reëel en levend goed.”’
donderdag 5 september 2013
Notities #80-82
80) Bij het redigeren van mijn manuscript moet ik vaak aan Luceberts beruchte ‘sonnet’ denken: ik/ ik/ mij// mij/ mij/ ik. Ten onrechte, weet ik. De ‘ik’ in mijn gedichten is niet ik, ik schep de ‘ik’ naar mijn evenbeeld.
81) Geloof, religie en fundamentalisme. Dat zijn drie verwante, maar verschillende zaken. In sommige passages van zijn memoires Joseph Anton lijkt Salman Rushdie die drie op een hoop te gooien. In zijn kritiek op de islam schuift hij soms angstwekkend dicht bij Geert Wilders aan. Maar vaker heeft hij dat onderscheid heel scherp. De memoires verzanden soms in details maar zijn toch interessant leesvoer. De aanvankelijke reactie van de westerse wereld op de fatwa is onthutsend en is in deze post-9/11-tijd eigenlijk nauwelijks meer voor te stellen. Terecht noemt Rushdie de geschiedenis met de fatwa de ‘proloog’ van 9/11.
Religieus geweld is voor mij onbegrijpelijk. Zelfs als je niet gelooft in een god van liefde maar een oudtestamentische wrekende god, is het goddelozer om die wraak van God zélf uit te voeren.
82) Opvallend hoe juist de grapjes in de muziek van Regina Spektor het meest ontroerend zijn. Het laat zien dat de beste kunst spelend wordt gemaakt: wat niet in ernst wordt opgeschreven is vaak het ernstigste.
81) Geloof, religie en fundamentalisme. Dat zijn drie verwante, maar verschillende zaken. In sommige passages van zijn memoires Joseph Anton lijkt Salman Rushdie die drie op een hoop te gooien. In zijn kritiek op de islam schuift hij soms angstwekkend dicht bij Geert Wilders aan. Maar vaker heeft hij dat onderscheid heel scherp. De memoires verzanden soms in details maar zijn toch interessant leesvoer. De aanvankelijke reactie van de westerse wereld op de fatwa is onthutsend en is in deze post-9/11-tijd eigenlijk nauwelijks meer voor te stellen. Terecht noemt Rushdie de geschiedenis met de fatwa de ‘proloog’ van 9/11.
Religieus geweld is voor mij onbegrijpelijk. Zelfs als je niet gelooft in een god van liefde maar een oudtestamentische wrekende god, is het goddelozer om die wraak van God zélf uit te voeren.
82) Opvallend hoe juist de grapjes in de muziek van Regina Spektor het meest ontroerend zijn. Het laat zien dat de beste kunst spelend wordt gemaakt: wat niet in ernst wordt opgeschreven is vaak het ernstigste.
Abonneren op:
Posts (Atom)