49) In de NRC van afgelopen weekend een korte beschouwing over foto's van Charlotte Dumas onder de prachtige titel 'De droefheid van slapende paarden'. De beschouwing over de slapende paarden die in hun dagelijks leven dode soldaten naar hun laatste rustplaats brengen vulde die titel m.i. onvoldoende in. Ik bedoel, de foto's en de titel roepen beelden op die in het artikeltje (gelukkig) nog niet onder woorden zijn gebracht. Volgens mij is het gegeven dat de paarden dode lichamen vervoeren niet van invloed op de indringendheid van de foto's.
50) Het decembernummer van DWB combineert de doodse beelden van Berlinde De Bruyckere met teksten van Coetzee. Ook hier snuiten en ledematen van paarden, maar hier zijn het de paarden zelf die dood zijn, volgens mij.
51) Heel indrukwekkend ook zijn de foto's op de site van Bertien van Manen, met name de foto's van ingelijste foto's, die op een totaal andere, maar minstens zo indringende manier 'doods' zijn.
dinsdag 29 januari 2013
vrijdag 18 januari 2013
Notitie #48
Voyeurisme. Sinds het korte gesprekje met J. daarover, naar aanleiding van de ramen in het werk van Edward Hopper, kom ik het onderwerp met enige regelmaat tegen. Het zit in veel kunst. Wat maakt het spannend om van buiten naar binnen te kijken naar een zich onbespied wanende figuur? Het antwoord in de documentaire over Hopper was dat de ‘ziel’ van de kijker zich verplaatst tot in de waargenomen ruimte. J. voegde daar- terecht - het 'erbij willen zijn' aan toe, het onderdeel willen zijn van het waargenomene.
Maar waarom is het niet spannend om bijvoorbeeld bij een kapperszaak van buiten naar binnen te kijken, ook niet als degenen in de kapperszaak niet in de gaten hebben dat ze bekeken worden? De authenticiteit en de intimiteit van het bespiede tafereel zijn kennelijk van vitaal belang.
Het is een kijken om gezien te worden. Het kijken als scheppende handeling. Als daad van bevestiging.
Maar waarom is het niet spannend om bijvoorbeeld bij een kapperszaak van buiten naar binnen te kijken, ook niet als degenen in de kapperszaak niet in de gaten hebben dat ze bekeken worden? De authenticiteit en de intimiteit van het bespiede tafereel zijn kennelijk van vitaal belang.
Het is een kijken om gezien te worden. Het kijken als scheppende handeling. Als daad van bevestiging.
woensdag 2 januari 2013
Notities #45-47
22) Merkwaardig genoeg kom ik deze dagen veel kunst tegen die precies bezig is met waar ik mee bezig ben. In mijn gedichten gaat het de laatste tijd bijvoorbeeld veel over in elkaar vloeiende lichamen. Vandaag zag ik in Museum de Pont in Tilburg het prachtige ‘Eén’ van Berlinde De Bruyckere. De in elkaar vloeiende lichamen zijn bij haar op een Francis Bacon-achtige manier vervormd, ziek, of dood, maar toch - zoals ook de begeleidende tekst aangaf - op een wanhopige manier levend.
45) Anish Kapoor, waarvoor we naar Museum de Pont gingen, maakt conceptuele kunst, waar feitelijk de interpretatie belangrijker is dan het kunstobject zelf. Kunst, niet als afbeelding van de werkelijkheid, maar als een object in de werkelijkheid, met een boodschap over die werkelijkheid. Zoals de spiegels waarmee de positie en waarneming van de beschouwer ten opzichte van het werk ter discussie wordt gesteld, werken over de menselijke ervaring van vormen, de verhouding van machinale kunst en handwerk: ideaalbeeld en praktijk.
46) Dit zijn vragen die ook in het geweldige Liefde van Péter Nádas worden gesteld. Het verhaal (gedicht, bijna) beschrijft angstaanjagend scherp en nauwkeurig een roes, en stelt daarmee de werkelijkheidsbeleving ter discussie. Ook hier vloeien lichamen in elkaar over, om vraagtekens te zetten bij het eigen lichaam, de plaats ervan in de wereld en ten opzichte van de ander, de waarneming en beleving van het eigen lichaam, dat van de ander, de tijd en de ruimte.
47) Over plaatsbepaling: aan de omgevingsgeluiden die te horen zijn in ‘The Big Picture’, het openingsnummer van Lifted van Bright Eyes, zou je denken dat het liedje is opgenomen in een rijdende auto. Maar de zang en gitaar klinken integendeel alsof ze gewoon in de studio zijn opgenomen. Het liedje eindigt met de mystieke ervaring waarin de ‘ik’ de lucht in wordt getild. In de zang begint hij te balken als een ezel, waarna het nummer wordt afgebroken.
45) Anish Kapoor, waarvoor we naar Museum de Pont gingen, maakt conceptuele kunst, waar feitelijk de interpretatie belangrijker is dan het kunstobject zelf. Kunst, niet als afbeelding van de werkelijkheid, maar als een object in de werkelijkheid, met een boodschap over die werkelijkheid. Zoals de spiegels waarmee de positie en waarneming van de beschouwer ten opzichte van het werk ter discussie wordt gesteld, werken over de menselijke ervaring van vormen, de verhouding van machinale kunst en handwerk: ideaalbeeld en praktijk.
46) Dit zijn vragen die ook in het geweldige Liefde van Péter Nádas worden gesteld. Het verhaal (gedicht, bijna) beschrijft angstaanjagend scherp en nauwkeurig een roes, en stelt daarmee de werkelijkheidsbeleving ter discussie. Ook hier vloeien lichamen in elkaar over, om vraagtekens te zetten bij het eigen lichaam, de plaats ervan in de wereld en ten opzichte van de ander, de waarneming en beleving van het eigen lichaam, dat van de ander, de tijd en de ruimte.
47) Over plaatsbepaling: aan de omgevingsgeluiden die te horen zijn in ‘The Big Picture’, het openingsnummer van Lifted van Bright Eyes, zou je denken dat het liedje is opgenomen in een rijdende auto. Maar de zang en gitaar klinken integendeel alsof ze gewoon in de studio zijn opgenomen. Het liedje eindigt met de mystieke ervaring waarin de ‘ik’ de lucht in wordt getild. In de zang begint hij te balken als een ezel, waarna het nummer wordt afgebroken.
zondag 30 december 2012
Citaat 30 december 2012
Haar bewegingen zijn ook vol; kalme aandacht: om dat wat ze doet goed te doen. Iedere beweging is evenwichtig, zonder de jachtige spanning van het gespitst zijn op het resultaat. Alsof ze alleen in de kamer is, alsof ik er niet ben, ik heb haar nog nooit zo argeloos onbekommerd gezien. Alsof ik zelf ook, alsof ook bij mij de krampachtige aandacht geweken is. Ik let niet op, ik zie. Ik probeer niet te verklaren wat ik zie; de aanblik komt onaangeroerd tot me. Onaangeroerd komt ze tot mij: zij.
- Péter Nádas (1942)
Uit: Liefde (1979), (vert. Rob Visser)
- Péter Nádas (1942)
Uit: Liefde (1979), (vert. Rob Visser)
zaterdag 29 december 2012
Notities #43-44

43) “Uiteindelijk is Crowleys gedachtegoed vooral amoreel en asociaal en daarom wat mij betreft niet iets om na te streven,” schreef ik gisteren in een brief aan JS. “Maar het is goed om mijn poëzie een tijdje onder zijn invloed te stellen.” Kort daarna las ik op nu.nl over de Indiase studente die na een gruwelijke groepsverkrachting zodanig toegetakeld is achtergelaten dat ze er later aan overleed. Ik vraag me af of het wel goed is de poëzie (de mijne, maar ook in het algemeen) bloot te stellen aan een amorele en asociale denker. Er is natuurlijk geen rechtstreeks verband, maar toch. Ik was bezig met een vertaling van Crowleys waanzinnige 'Liber Cheth Vel Vallum Abiegni', nu denk ik eerder dat ik een antwoord moet schrijven.
44) Veruit de meest indrukwekkende werken in de tentoonstelling ‘De Modernen - Rondom Permeke’, nog tot 24 februari in de Fabiolazaal in Antwerpen, zijn de twee daar aanwezige schilderijen van Philibert Cockx: ‘Het witte paard’ en ‘Liggend naakt’. ‘Het witte paard’ is dat omdat de tinten grijs en blauw de ongemakkelijkheid van het paard ondersteunen: het kijkt weg, oren naar achter. Ongemakkelijk is ook het ‘Liggend Naakt’, opgenomen in de afdeling ‘De kunstenaar vereeuwigt zijn liefdes’, waarmee gesuggereerd wordt dat hier de vrouw of vriendin van Cockx wordt afgebeeld. Ze ligt een beetje uit het centrum van het schilderij (haast ondergeschikt aan het stilleven erboven) op een wat te smalle sofa met haar linkerarm wat al te nadrukkelijk geposeerd tegen haar hoofd. Het ongemak met haar lichaam en de situatie spreekt uit haar houding en uit haar blik - wat ontroerend is: ze ligt daar kennelijk te poseren omdat haar man haar dat heeft gevraagd.
zondag 23 december 2012
Notitie #42
Aan het einde van Living in the Material World, de recente documentaire over George Harrison, vertelt zijn weduwe, Olivia Harrison, over het moment dat Harrison stierf (of: zijn lichaam verliet, zoals het in de documentaire wordt genoemd): ‘Hij verlichtte de kamer’. Ik vind het mooi dat ze zich dat moment op die manier herinnert, maar erg waarschijnlijk lijkt me die observatie niet. Na die opmerking is de documentaire meteen afgelopen; filmmaker Scorcese maakt volgens mij hiermee ook een statement over de betrouwbaarheid van de informatie die de geïnterviewden ons geven. Elders is al een ander moment waarbij de geloofwaardigheid van de geïnterviewden nadrukkelijk in twijfel wordt getrokken, namelijk in de fragmenten waarin wordt verteld hoe Harrison reageerde op het feit dat zijn (eerste) vrouw Patti Boyd ervandoor ging met zijn goede vriend Eric Clapton. Volgens Clapton was Harrison heel begripvol (dat komt overeen met hoe Harrison het verhaal zelf presenteerde), volgens Boyd reageerde hij juist woedend.
Ik heb de documentaire gisteravond voor de tweede keer bekeken. De eerste keer was ik teleurgesteld dat ik niet méér leerde over zijn muziek of spirituele overtuiging. Terwijl de documentaire wel wordt aangekondigd als een muzikale en spirituele belevenis. Over zijn persoonlijkheid wordt herhaaldelijk gesteld dat hij twee kanten had, hij was heel lief en kon heel kwaad zijn. Verder gaat de informatie niet.
Het heersende beeld is dat Harrison tegen het einde van de Beatles op hetzelfde niveau als Lennon en McCartney liedjes schreef, maar omdat hij die niet op de platen van de Beatles kreeg, kwam hij in 1970 met de inderdaad prachtige dubbelelpee All things must pass. De platen die hij daarna, in de loop van de jaren ’70, maakte zijn niet erg relevant, op een opleving halverwege jaren ’80 na. Dat beeld werd in de documentaire netjes bevestigd.
Over zijn spiritualiteit werd inhoudelijk niet veel meer gemeld dan dat hij geïnspireerd werd door zijn Indiase vrienden, die tegen hem zeiden dat je pas kunt geloven als je het echt ervaart (i.t.t. tot het katholicisme waarmee hij werd grootgebracht, waarin hem werd verteld wat hij moest geloven). En er zit een mooie discussie in waarin Harrison geagiteerd stelt dat Gods wegen alleen ondoorgrondelijk zijn door onze onwetendheid. Maar veel verder dan dat komen we ook hier niet.
Veel in deze documentaire wordt niet uitgesproken. Waarom zet McCartney omstandig uiteen dat Harrison een ‘guy’ was, ‘who liked things guys like’? Waarom vertelt Olivia dat Harrison geliefd was bij vrouwen en dat dit tot spanningen binnen het huwelijk leidde? Is er een erotisch leven van Harrison waar wij niets van weten? En waarom wordt alleen kort vermeld dat Harrison kort na zijn creatieve hoogtepunt weer aan de drugs raakte (daarna alleen beelden van een vals zingende, duidelijk nerveuze Harrison - en opmerkingen over de kritiek die hij kreeg op zijn zang en de platen die hij daarna uitbracht)?
Is het onderliggende verhaal dan niet dat Harrison uiteindelijk ook niet tevreden was met de spirituele antwoorden die hij in de jaren ‘60 had gevonden? Dat zou de figuur Harrison interessanter maken dan het wat brave beeld dat we nu van hem hebben. Ik geloof dat ik de twijfel interessanter vind dan het antwoord. Uit de verhalen komt het me voor dat hij op het eind van zijn leven een beetje eenzaam en zonderling werd.
Harrison declameerde mantra's toen hij in 1999 door een inbreker met een mes werd aangevallen. Hij leed toen al aan kanker en de aanval heeft zijn lichaam fataal verzwakt. ‘Nu ik kennelijk vermoord word, wil ik me zo goed mogelijk op de dood voorbereiden, en mijn lichaam op een goede manier verlaten,’ zei hij volgens Olivia. Hij stierf in 2001, als ik de verhalen mag geloven: vredig.
Ik heb de documentaire gisteravond voor de tweede keer bekeken. De eerste keer was ik teleurgesteld dat ik niet méér leerde over zijn muziek of spirituele overtuiging. Terwijl de documentaire wel wordt aangekondigd als een muzikale en spirituele belevenis. Over zijn persoonlijkheid wordt herhaaldelijk gesteld dat hij twee kanten had, hij was heel lief en kon heel kwaad zijn. Verder gaat de informatie niet.
Het heersende beeld is dat Harrison tegen het einde van de Beatles op hetzelfde niveau als Lennon en McCartney liedjes schreef, maar omdat hij die niet op de platen van de Beatles kreeg, kwam hij in 1970 met de inderdaad prachtige dubbelelpee All things must pass. De platen die hij daarna, in de loop van de jaren ’70, maakte zijn niet erg relevant, op een opleving halverwege jaren ’80 na. Dat beeld werd in de documentaire netjes bevestigd.
Over zijn spiritualiteit werd inhoudelijk niet veel meer gemeld dan dat hij geïnspireerd werd door zijn Indiase vrienden, die tegen hem zeiden dat je pas kunt geloven als je het echt ervaart (i.t.t. tot het katholicisme waarmee hij werd grootgebracht, waarin hem werd verteld wat hij moest geloven). En er zit een mooie discussie in waarin Harrison geagiteerd stelt dat Gods wegen alleen ondoorgrondelijk zijn door onze onwetendheid. Maar veel verder dan dat komen we ook hier niet.
Veel in deze documentaire wordt niet uitgesproken. Waarom zet McCartney omstandig uiteen dat Harrison een ‘guy’ was, ‘who liked things guys like’? Waarom vertelt Olivia dat Harrison geliefd was bij vrouwen en dat dit tot spanningen binnen het huwelijk leidde? Is er een erotisch leven van Harrison waar wij niets van weten? En waarom wordt alleen kort vermeld dat Harrison kort na zijn creatieve hoogtepunt weer aan de drugs raakte (daarna alleen beelden van een vals zingende, duidelijk nerveuze Harrison - en opmerkingen over de kritiek die hij kreeg op zijn zang en de platen die hij daarna uitbracht)?
Is het onderliggende verhaal dan niet dat Harrison uiteindelijk ook niet tevreden was met de spirituele antwoorden die hij in de jaren ‘60 had gevonden? Dat zou de figuur Harrison interessanter maken dan het wat brave beeld dat we nu van hem hebben. Ik geloof dat ik de twijfel interessanter vind dan het antwoord. Uit de verhalen komt het me voor dat hij op het eind van zijn leven een beetje eenzaam en zonderling werd.
Harrison declameerde mantra's toen hij in 1999 door een inbreker met een mes werd aangevallen. Hij leed toen al aan kanker en de aanval heeft zijn lichaam fataal verzwakt. ‘Nu ik kennelijk vermoord word, wil ik me zo goed mogelijk op de dood voorbereiden, en mijn lichaam op een goede manier verlaten,’ zei hij volgens Olivia. Hij stierf in 2001, als ik de verhalen mag geloven: vredig.
zaterdag 22 december 2012
Notities #40-41
40) Tijdens een documentaire over Edward Hopper die laatst op tv was ging het over de functie van ramen in zijn werk. De theorie die eromheen werd gebouwd deed me niet veel (iets met een blik, een ziel die de andere ruimte in wordt getransporteerd). Wat me fascineert aan ramen (van buiten naar binnen), en dat is volgens mij hoe het óók in Hoppers schilderijen werkt, is het argeloze van de zich onbespied wanende figuren die worden afgebeeld. Het is voyeuristische kunst.
41) Onder de titel ‘Verlegen exhibitioniste’ stond deze week een mooie beschouwing over de foto’s van Viviane Sassen in NRC Handelsblad. Mode is voor Sassen ‘omhullen, verhullen, onthullen’. Dat is een mooie typering. Daarom ook maakte ze als vervolg op een fotoshoot foto’s van dezelfde modellen, zonder de kleding.
41) Onder de titel ‘Verlegen exhibitioniste’ stond deze week een mooie beschouwing over de foto’s van Viviane Sassen in NRC Handelsblad. Mode is voor Sassen ‘omhullen, verhullen, onthullen’. Dat is een mooie typering. Daarom ook maakte ze als vervolg op een fotoshoot foto’s van dezelfde modellen, zonder de kleding.
Abonneren op:
Posts (Atom)