maandag 14 oktober 2019

Notitie #364


Ik was vergeten dat Olivia Laing in haar The Lonely City een sleutelscène uit Alfred Hitchcocks Vertigo typeert als één van de meest eenzame scènes die ze kent. Tot ik de film zag en de passage herlas.

Het gaat om de scène waarin ex-politieagent en privé detective Scottie zijn verloren geliefde Madeleine herschept in Judy, de working class vrouw die hij na de dood van Madeleine ontmoet. Ze lijkt op de dode vrouw (of: is ze haar?) en Scottie transformeert haar stap voor stap: ze moet haar haar blonderen en bepaalde kleding dragen en als ze uiteindelijk volledig als de verloren geliefde tevoorschijn komt (de groene belichting is prachtig: die komt van het neonlicht van het hotel, maar heeft ook een onaards effect), sluit hij haar in zijn armen. Ze zoenen.

Natuurlijk heeft Laing gelijk, want hij houdt uiteindelijk noch Madeleine, noch Judy vast. Toch interpreteerde ik de scène als een gelukkige: ze is dan wel een illusie, maar ze is er.

'Alle liefde is liefde voor denkbeelden, dat kan niet anders', schreef Gorter eens. Een rake, maar te absoluut geformuleerde notie, want er zijn in de geliefde altijd objectief aanwijsbare elementen die de liefde opwekken, of zo je wilt, die aansluiten bij het 'denkbeeld'. In de bewuste scène uit Vertigo worden precies die elementen, ten gunste van de illusie, geofferd.

dinsdag 10 september 2019

Notitie #363

Pijnlijk filmpje:

Ik hou van John Lennon, het besproken nummer ('Woman is the n*** of the world') is één van mijn favoriete liedjes uit zijn solowerk en ik sta volledig achter de boodschap. S. heeft grote problemen met het gebruik van het 'n-woord' en inmiddels begrijp ook ik, o.a. door de documentaireserie America to me (van Steve James) dat dit zéér gevoelig ligt. Recent zijn er (in de VS) verschillende controverses geweest, waarbij steeds de stelling werd verdedigd dat een blanke nooit het 'n-woord' in de mond mag nemen, ongeacht de context: dus ook niet als citaat of als het lezen van een titel.

Daar valt vanuit mijn perspectief wel wat tegenin te brengen, maar hier geldt (net als in de Zwarte Piet-discussie trouwens) dat mijn perspectief niet relevant is: ik heb rekening te houden met deze gevoeligheden: het ligt zeker niet voor niets gevoelig.

In de periode van dit filmpje (1972) was Lennon radicaal en compromisloos en dat bewonder ik. Pijnlijk is dat hij zich in het geheel niet bewust lijkt van de gevoeligheid van het woord: hij geeft zich er geen enkele rekenschap van. Hij bagatelliseert het door te zeggen dat alleen 'witte mannen' een probleem hebben met het woord en dat zijn 'zwarte vrienden' vinden dat hij alle recht heeft dat woord te gebruiken, 'because they understand it'.

Dat eerste betwijfel ik zeer en dat tweede is vreemd, omdat hij toen deel uitmaakte van een revolutionaire beweging die juist ook de emancipatie van de zwarte gemeenschap voorstond. Lennon wijst op de veranderde betekenis van het woord (waarbij het de vraag is of die betekenisverandering heeft plaatsgevonden) en geeft zich daarmee geen rekenschap van de oorspronkelijke betekenis, die hoe dan ook meeklinkt. Hij blijft het woord (provocatief?) herhalen (ik heb het geturfd: 10x in iets meer dan 2 minuten) en onderstreept daarmee dat hij vindt dat hij dat woord mag gebruiken. Lennons lef en naïviteit, die hem zo bijzonder en mooi maakte als hij was, hadden duidelijk ook een minder fraaie kant.

maandag 9 september 2019

Notities #361-362

361) Een Lego-toren gebouwd met mijn dochter A. (bijna 3), vrijwel zonder haar te helpen of te corrigeren. Ze kwam steeds met onverwachte oplossingen, die soms werkten en soms niet.

Voor zover mijn gedichten experimenteel zijn, realiseerde ik me door A., zijn het bedachte experimenten, of preciezer: experimenten die uitgaan van een idee van wat een experiment is; een breed gedragen opvatting daarvan. Het gaat dus steeds om een conformistisch experiment. Het 'echte' experiment komt niet tot stand, door kennis en mimese.

Het 'experiment' van A. is niet als zodanig bedoeld. Het is ook niet zo dat A. zich niets aantrekt van (natuur)wetten en regels omdat ze die niet kent: ze is zich wel degelijk bewust van bijvoorbeeld de zwaartekracht en handelt daar ook naar. De schoonheid zit dan ook niet zozeer in de 'spontaniteit' van het kind, die bijvoorbeeld Cobra nastreefde (het ging hen als ik me niet vergis vooral om een onbevangenheid, die voor een volwassen mens wellicht alleen via 'spontaniteit' is te bereiken. Probleem daaraan is dat de kennis van de wereld wel aanwezig is, maar bewust wordt uitgeschakeld. Het wordt een 'alsof'-situatie).

Een 'experimentele' houding vanuit een wetend niet-weten lijkt me vruchtbaarder. Dus: de positie van het experimenterende kind behouden door telkens, met medeneming van de opgedane ervaringen, (echt) onbekend terrein te zoeken - niet om te experimenteren, maar om te leven. Ook belangrijk: (net als A.) niet bang zijn om te mislukken.

(Daar hoort volgens mij een zekere desinteresse in het eindresultaat bij. A. timmerde haar toren na zeker een half uur bouwen helemaal aan stukken, tot er enkel nog een doos Legosteentjes over was).

362) Ik dacht altijd dat de pathetiek van Queens 'Bohemian Rhapsody' werd opgeheven door de (groteske) overdrijving. Dat is niet onwaar, maar die gedachte gaat voorbij aan de tekst, waarin Freddie Mercury er expliciet op wijst dat het nummer een maskerade is, waarachter de kern (die hij niet laat zien) zich verschuilt: 'Nothing really matters/ Anyone can see/ Nothing really matters to me'. Dat is de echte kracht van het operagedeelte: het belichaamt én maskeert het drama.

zondag 8 september 2019

Citaat 8 september 2019

De liefde, zegt een mysticus, is niets anders dan gebluste toorn.

- Rudolf Otto (1869-1937).
Uit: Het Heilige (1917), vert. Daniël Mok

dinsdag 20 augustus 2019

Notitie #360

De Amerikaanse dichter Aaron Kunin zoekt in zijn werk steeds de schaamte op. Schaamte is het gebied waar je je eigen daden, gedachten, gevoelens, kortom: je eigen zijn afkeurt. Niet primair op basis van je eigen oordeel, maar op het (al dan niet veronderstelde) oordeel van anderen: de maatschappelijke context van die daden, gedachten, etc. De schaamte draait dan om de gedachte, het gevoel dat die geen plaats (mogen) hebben in de sociale context.

In zijn vierde bundel Love Three zijn dat o.a. seksuele fantasieën, die draaien om het uitoefenen en ondergaan van macht. Kunin noteert ze als onderdeel van een reeks essayistische gedichten over 'Love (3)' van George Herbert. Deze vorm stelt hem in staat om 'schaamteloos' te zijn, in de zin dat hij het (veronderstelde) maatschappelijk oordeel buiten werking weet te stellen. Het draait alleen nog om 'ik' en 'Love': zijn afkeuring van zichzelf is een tekortkomen:

My only judgments are of myself. I'm unworthy, unkind, ungrateful, shameful. (gedicht no. 36)

Ik schreef 'schaamteloos', maar dat is niet het juiste woord. Het is niet de afwezigheid van schaamte die je leest, maar een manier om met de schaamte om te gaan. Het zijn pijnlijke gedichten, die tegelijk grappig zijn. Precies zoals het schaamtevolle dat is.

maandag 12 augustus 2019

Notitie #359

Het oorspronkelijke idee voor de laatste afdeling van Hans Groenewegens postume bundel blijven & verreizen is, realiseerde ik me recent, destructief. Hij wilde bij de gedichten 'comments' plaatsen, als bij blogs of statusupdates. Omdat zijn ziekte het hem onmogelijk maakte die 'comments' zelf te schrijven, heeft hij een aantal bevriende dichters gevraagd dat te doen. De bijdragen zijn uiteindelijk niet in de bundel zelf terechtgekomen, maar op een bij de bundel gevoegde cd rom.

Die opzet vond ik mooi omdat met de 'comments' nieuwe betekenislagen aan het gedicht konden worden toegevoegd. In die zin is het alleen maar goed dat hij ze niet zelf schreef (en is het jammer dat ze niet in de bundel zijn opgenomen). Maar in de praktijk halen de 'comments' het geschrevene doorgaans onderuit, hebben ze de neiging zich met zichzelf bezig te houden, dan wel een dwaalspoor te volgen. Ook dat is een effect dat Groenewegen voor ogen moet hebben gestaan. Met deze opzet neutraliseerde hij dus zijn eigen gedichten, hief hij ze op.

maandag 5 augustus 2019

Notitie #357-358

Wladyslaw Strzeminski - Afterimages of Life (1932)

357) Een radicale opmerking van de Poolse avantgardist Wladyslaw Strzeminsky (1879-1952): "Ik definieer kunst als het scheppen van een eenheid van organische vormen die in hun organische structuur parallel zijn aan de natuur. De weergave van vormen die in de wereld reeds bestaan is reproductie en geen schepping, het is daarom geen kunst."

Die laatste opmerking kan ik niet anders lezen dan: 'kunst die niet abstract is, is geen kunst' - een opzichtig kortzichtige opmerking. De eerste zin, daarentegen, komt in de buurt van mijn eigen opvatting, waarin niet zozeer de zegging, maar het zijn van het kunstwerk centraal staat, en waarin het kunstwerk zich ontwikkelt en ontvouwt volgens geheel eigen wetten.

358) Het werk van Strzeminsky is naar mijn idee niet zozeer een breuk met de (meer figuratieve) voorgangers (hij zet zich in bovenstaande passage met name af tegen de kubisten): het vormt daarentegen een eindpunt. De impressionisten waren de eersten die het probleem van de waarneming centraal stelden. Strzeminski ontwikkelde een hele theorie van het 'zien' en hield zich bezig met het zogeheten 'nabeeld': de vorm die je ziet als je heel intensief naar iets kijkt en dan je ogen sluit.

Ik heb zijn Theory of vision (nog) niet gelezen, maar mijn eerste gedachte was dat Strzeminski zich met dit project op een dwaalspoor bevond: met de afbeelding van de 'echo' van het beeld raak je alleen maar verder van het af te beelden beeld verwijderd. Ongetwijfeld was dit precies Strzeminski's bedoeling. Dat impliceert dat de 'kern' van wat hij wilde afbeelden zich aan de andere kant van het waarneembare bevindt, en dat hij dat alleen kon naderen via de echo (van de echo, van de echo).