zaterdag 29 augustus 2020

Notitie #395

N.a.v. een interviewfragment over Lucebert herhaalde Ilja Leonard Pfeijffer tijdens Zomergasten zijn opmerking dat er, na de onthulling dat Lucebert in zijn jonge jaren aanhanger van de nazi's was, geen letter aan het oeuvre is veranderd, want: 'het werk staat los van zijn maker' (ik schreef er in notitie #303 over). 

Pfeijffer lijkt een gedicht als mechaniek te zien, waar de maker, als het eenmaal af is, niets meer mee te maken heeft. Over inspiratie vertelde hij dat Lucebert veel tijd en energie stak in het 'afstemmen op de juiste frequentie', iets dat kan aanvoelen als iets externs. Maar dat is het volgens Pfeijffer niet, want hij gelooft niet in iets externs (hoewel we het volgens hem wel nodig hebben om te geloven).

Daarmee ging hij voorbij aan het gegeven dat Lucebert zijn gedichten in het getoonde fragment (na een lange aanloop en met veel moeite) 'bekentenissen' noemde; iets dus dat bij uitstek heel persoonlijk is (dus: verbonden met de persoon). Hij ging bovendien voorbij aan zijn eigen verhaal over hoe hij de poëzie van Lucebert ontdekte, hij ervoer die ontdekking als een bevrijding. De ontdekking van een dichter is altijd óók de ontdekking van een persoon: een zienswijze, of, als je het (als Pfeijffer) technisch wil duiden, op zijn minst een werkwijze (die voortkomt uit een zienswijze). 

En de opmerking dat 'ook een klootzak mooie gedichten kan maken' is veelzeggend. Dat is namelijk alléén op technisch gebied waar. Maar een goed gedicht is zoveel méér dan techniek, het is een wereld. Het is een uitdrukking van het mens-zijn. En iemand die (in mijn optiek) faalt in het mens-zijn, kan me daar ook niets waardevols over zeggen.

Een gedicht kan kortom niet los van de maker staan, want het drukt het diepste wezen van de maker uit. Lucebert impliceerde dat in het getoonde fragment zelf ook. Het werk kan alléén los van de maker staan, als de dichter daadwerkelijk het doorgeefluik is van iets externs, maar juist daar gelooft Pfeijffer niet in. Terwijl je niet eens in iets bovennatuurlijks hoeft te geloven, om die stelling aan te hangen. De buitenwereld is ook 'iets externs'.

zaterdag 1 augustus 2020

Notities #393-394

393) Daags nadat ik de voorgaande notities schreef, begon Donald Trump met het ondermijnen van de komende verkiezingen (door te suggereren dat ze moeten worden uitgesteld). Het maakt niet eens zo veel uit of hij daarin slaagt: het is voor hem genoeg om bij voorbaat de legitimiteit van de uitslag ter discussie te stellen. Hij zal zich niet neerleggen bij een verkiezingsnederlaag.

De komende maanden, en misschien wel jaren, worden heel lelijk. In Hiding in Plain Sight laat Sarah Kendzior zien dat de instituten, politici, jounalisten, etc., die de opkomst van Trump hadden kunnen en moeten stoppen, hebben gefaald - omdat ze het gevaar hebben onderschat, omdat ze op cruciale momenten fouten hebben gemaakt en/of omdat ze zelf gecorrumpeerd zijn. Er is weinig aanleiding te geloven dat dezelfde instituten ervoor zullen zorgen dat er over een paar maanden, vreedzaam of met geweld, een machtsoverdracht zal plaatsvinden.

Kendzior hield er vanaf het moment dat Trump de verkiezingen in 2016 'won' serieus rekening mee dat hij (veel) langer dan de termijn van vier jaar, als autoritair leider, aan de macht zal zijn. Na lezing van haar boek vrees ik hetzelfde. Mijn angst betreft vooral A., meer precies: de wereld waar zij in op zal groeien. Het (fascistische) bewind zal vooral in de VS zelf grote en dramatische gevolgen hebben, maar ook in Europa zal dat het geval zijn. De Verenigde Naties zullen bijvoorbeeld verder worden verzwakt, om maar een voorbeeld te noemen. En maatregelen tegen de klimaatverandering zullen uitblijven (integendeel).

394) Op meerdere plaatsen uit Kendzior haar frustratie dat ze ziet hoe het misgaat, maar dat ze niet bij machte is daar iets tegen te doen. Over de doodsbedreigingen die ze ontvangt, meldt ze dat ze, door haar studie van autoritaire regimes, weet hoe dit gaat aflopen. Ze zegt het niet expliciet, maar ze houdt er dus serieus rekening mee dat het regime haar om zal brengen (het boek wemelt van de verdachte sterfgevallen). Het klinkt extreem, en ik hoop dat het een té extreme gedachte is, maar het is een gegeven dat Kendzior één van de weinige stemmen is die waarschuwt voor het gevaar van Trump (en tot nu kreeg ze steeds gelijk). Ironisch genoeg is dus wellicht haar relatief geringe bereik de reden dat ze nog leeft.

dinsdag 28 juli 2020

Notities #388-392

388) Een mooie notie uit Joan Didions The Year of Magical Thinking is dat ze voortdurend bezig is na te denken over hoe ze haar overleden echtgenoot (John Gregory Dunne) terug kan krijgen. Dat 'magical thinking' gebeurt buiten zichzelf om, het is een onbewuste reactie: ze is er eigenlijk te rationeel voor. Maar desondanks blijft ze naarstig op zoek naar de juiste formule, de juiste code. Het juiste ritueel.

389) Andere mooie observatie uit The Year of Magical Thinking: de nauwe relatie tussen schuldgevoel en woede.

390) De Netflix-documentaire Get me Roger Stone (2017) is me te veel het podium van Stone zelf, zoals hij aan het slot alle ruimte krijgt om zijn middelvinger op te steken (In mijn vrije vertaling: "Wat zegt u tegen de mensen die u tijdens de aftiteling van deze documentaire haten?" Antwoord: "Ik baad in jullie haat, want als jullie me niet zouden haten, zou ik niet effectief zijn.").

Een ijzingwekkend statement, al was het alleen maar omdat het duidelijk gericht is tegen degenen die anti-Trump zijn en hij in alle openheid zijn eigen daden bespreekt (kennelijk in de overtuiging dat die informatie niet bij de volgers van Trump terecht komt, of, als dat wel het geval zou zijn, deze informatie geen gevolgen heeft; dat hij, integendeel, bewondering wekt). Daarin komt hij overeen met Donald Trump, die niet alleen de misdaad begaat, maar er ook genoegen uit haalt kenbaar te maken dat hij ermee wegkomt - en dit is een belangrijke reden waarom zijn aanhang hem trouw blijft.

391) Waarom dit precies zo ijzingwekkend is, komt naar voren in Hiding in Plain Sight van Sarah Kendzior. Ze laat zien hoe de Amerikaanse democratie (overigens in alle openheid) in de loop der jaren, met hulp van Rusland, is uitgehold en gecorrumpeerd, hoe de Republikeinse partij door het criminele netwerk van Trump is opgeslokt en geïntimideerd en hoe de publieke opinie wordt gecontroleerd.

Dat laatste lukt de laatste tijd het minst, met name vanwege de coronacrisis, en het lijkt me uitgesloten dat Trump de verkiezingen in november legaal zal gaan winnen. Dat betekent dus dat hij de verkiezingen waarschijnlijk zal kapen of annuleren. Kendzior maakt zich hier, getuige haar duistere epiloog, ook geen illusies over: ze verwacht niet dat dit tijdperk tijdens haar leven nog zal eindigen.

392) Eén van de 'Stone's rules' die wordt besproken in Get me Roger Stone is: 'Hate is a stronger force than love'. Ik zie de logica van die observatie wel, maar weiger me daarbij neer te leggen. Net als Kendzior overigens: iets verwachten, zegt ze, is iets anders dan het accepteren en ze zal blijven vechten voor een betere toekomst voor de generaties die na haar komen. Vechten, zegt ze, betekent in haar geval: het vertellen van de waarheid. Wat betekent het in mijn geval?

vrijdag 24 juli 2020

Notitie #387

MB noemt (op Facebook) het extatische landschap in 'paternalistisch', omdat de vrouwelijke godheid in de bundel niet aan het woord komt. Als oordeel over de bundel (zoals hij het bedoelt) is die opmerking waardeloos, de bundel is een liefdesverklaring, en het is bovendien niet waar: er zijn verschillende plekken aan te wijzen waarin op zijn minst een poging wordt gedaan Haar perspectief weer te geven.

Dat neemt niet weg dat het een goede analyse is van het probleem waar het in de bundel om draait (en dat Alexis de Roode, waar MB op reageerde, helder verwoordde). De ongelijkheid begint bij de liefdesverklaring, het verlangen dat wordt uitgedrukt en de poging dat volledig uit te spelen. De bundel is 'paternalistisch', dat is precies het probleem, maar niet zozeer het probleem van de bundel.

vrijdag 3 juli 2020

Notitie #386

De formuleringen in het liedje 'Better days' van Peggy Sue (van hun nieuwe album Vices) zijn algemeen, bijna wijds, maar slaan de hele tijd op particuliere, kleine situaties. Een soort omkering van het adagium dat je het algemene in het kleine kunt laten zien: 'There is love in every word that I don't say,  there is love in every step he takes the other way'. Als melancholisch liefdesliedje is het pretentieloos (en daar hou ik van), maar er resoneert, misschien onbedoeld, iets mee dat het pretentieloze liefdesliedje overstijgt - en daar ligt voor mij de grootste schoonheid: 'On my better days all I see is love/ but in between all that I see is that it's not enough'.


zaterdag 20 juni 2020

Notities 384-385

384) Gesprek met J. over de notie ‘verovering’, n.a.v. een sterk essay van actrice en schrijfster Brit Marling. Marling verhaalt over haar moeite met de rollen die vrouwen in films en series te spelen krijgen. Versimpeld weergegeven komt het erop neer dat de vrouw algemeen wordt geportretteerd als object: een lustobject, of als ‘sterke vrouw’, wat net zo goed een projectie is van het beeld dat mannen van vrouwen hebben en waar het bovendien altijd slecht mee afloopt. Sterke vrouwen betalen een prijs voor hun eigen stem en positie.

Bijna per ongeluk kwam ik tot de conclusie dat mijn eigen bundel een bundel over ‘verovering’ is (al mijn bundels, eigenlijk). In mijn beleving zijn het allemaal liefdesgedichten, maar misschien is dat hetzelfde. Tijdens #metoo las ik met instemming een tweet die ongeveer luidde: ‘Het probleem van seksueel geweld is niet de seks, maar het geweld’. Ik vond dat een goed antwoord op de mannen die klaagden dat het kijken naar, praten tegen of werken met vrouwen problematisch was geworden.

Maar ik denk dat de werkelijkheid genuanceerder ligt, dat seks een gewelddadige component heeft en dat liefde en verlangen destructief kunnen zijn. Het probleem in het (alledaagse) contact tussen mannen en vrouwen is er wel degelijk en het probleem van seksueel geweld is óók het probleem van de seks. Het is belangrijk dat te onderkennen, want precies daarom moet de vrouw een maatschappelijke rol gaan spelen die onafhankelijk is van (mannelijke en vrouwelijke) seksualiteit.

385) In Sisters of Salome, dat ik net uit heb, komt Toni Bentley feitelijk tot een vergelijkbare conclusie als Marling. Nadat de vrouw in Wildes Salome door haar seksualiteit macht kreeg over de man, werd zij door de danseressen die haar begin twintigste eeuw uitbeeldden nadrukkelijk gebruikt als vehikel tot vrijheid en onafhankelijkheid. Met al deze danseressen loopt het (in persoonlijk en/of professioneel opzicht) slecht af.

Behalve Colette, die (in de woorden van Bentley) Salome transformeert tot een ‘echte’, d.i. complete, vrouw. Ik heb een beetje mijn twijfels bij deze conclusie, maar de lijn die Bentley beschrijft is wel fascinerend, vanwege de wisselingen in gender en seksuele gerichtheid die Salome in het betoog ondergaat.

maandag 8 juni 2020

Notitie #383

Every single work of art is the fulfilment of a prophecy: for every work of art is the conversion of an idea into an image, schrijft Oscar Wilde in De Profundis. Hij vervolgt: Every single human being should be the fulfilment of a prophecy; for every human being should be the realization of some ideal, either in the mind of God or in the mind of man.

Wilde rekt in het eerste deel van de passage de definitie van 'profetie' zo ver op, dat de realisatie van een idee er de vervulling van betekent. In die brede definitie zou ook elk ander idee eronder kunnen vallen, dus ook bijvoorbeeld het bouwen van een gebouw, of het idee om het tuinhekje groen te schilderen. Maar hij beperkt de notie nadrukkelijk tot het domein van de kunst (het beeld): een kunstwerk is niet zomaar iets dat door mensen wordt gemaakt, het is ook niet iets concreets als een gebouw of een tuinhekje: het kunstwerk bevindt zich (als beeld) tussen het idee en de concrete wereld - waarbij het 'idee' waar het uit voortkomt iets goddelijks, of in ieder geval iets magisch is.

Als bij een vergelijking stelt hij dat de mens óók de vervulling van een profetie zou moeten zijn: hij transponeert het 'idee' naar 'ideaal'; de 'conversie' wordt de 'realisatie' en het besliste 'is' is veranderd in 'should be'. De profetie in het tweede deel van de passage is dus meer absoluut en stoffelijk, en daardoor onzekerder: het kunstwerk representeert (als conversie van een idee in een beeld) geen ideaal en hoeft dus, in tegenstelling tot de imperfecte mens, niet beter te zijn dan het is.

Tegelijkertijd komt de hele passage wel degelijk voort uit de analogie die Wilde zag tussen het kunstwerk en de mens: ze zijn allebei, of zouden dat moeten zijn, de vervulling van een profetie. De laatste toevoeging (either in the mind of God or in the mind of man) stelt dat de (ideale) mens 'Gods kunstwerk' is, maar óók dat van de mens zélf. De profetie, kortom, geldt het kunstwerk en/of de mens, is afkomstig van God en/of de mens en resulteert tenslotte in het kunstwerk en/of de (ideale) mens.